Bepalen je hormonen mee hoe snel je veroudert?
Hormonen beïnvloeden veroudering wel degelijk, maar sturen het niet volledig. Vetverdeling, spiermassa en ontstekingsprocessen hangen alle samen met hormonale veranderingen die je kunt laten controleren en deels aanpakken.
Hormonen bepalen mee hoe je lichaam veroudert, maar het verband is genuanceerd. De overgang bij vrouwen is een duidelijk voorbeeld: als oestrogeen daalt, verschuift vet zich naar de buik. Dat buikvet vergroot op zijn beurt het risico op hart- en vaatziekten en diabetes type 2. De menopauze veroorzaakt geen gewichtstoename als zodanig, maar de vetverdeling verandert wel aantoonbaar.
Testosteron, groeihormoon en IGF-1 (een groeibevorderend hormoon) dalen ook met de leeftijd. Dat maakt het voor spieren moeilijker om eiwitten aan te maken, waardoor spiermassa en spierkracht langzaam afnemen. Dit heet sarcopenie. Bij jonge ouderen raakt bijna 9 procent klinisch relevant aangetast; bij de oudste mannen loopt dat op naar bijna 18 procent. Sarcopenie verhoogt het risico op vallen, botontkalking en insulineresistentie. Naast de hormonale daling spelen ook laaggradige ontstekingsprocessen mee, al is het precieze aandeel van elk nog niet volledig opgehelderd.
Groeihormoon heeft een bijzondere positie. Bij dieren leidt een hoog groeihormoon tot een kortere levensduur. Bij mensen met een aangeboren tekort aan of resistentie tegen groeihormoon is het risico op typische ouderdomsziekten wél verlaagd, maar de levensduur zelf lijkt daardoor niet langer te worden. Het lijkt er dus op dat groeihormoon eerder beïnvloedt hoeveel jaren je in goede gezondheid doorbrengt, dan hoe lang je totaal leeft. Bovendien kan buikvet de aanmaak van groeihormoon afremmen, terwijl minder groeihormoon juist meer vetopslag bevordert: een mogelijk zichzelf versterkende keten.
Bij honderdjarigen zien onderzoekers soms licht verlaagde schildklierhormoonspiegels. De gedachte is dat een wat rustigere stofwisseling oxidatieve schade beperkt en daarmee veroudering vertraagt. Maar bij zieke mensen zijn lagere schildklierwaarden juist een teken van verslechtering. Dit verband is nog niet bewezen in gerandomiseerd onderzoek; je kunt er nu geen aanbevelingen op baseren.
Metformine, een middel dat de gevoeligheid voor insuline verbetert en bij diabetes wordt gebruikt, laat in een grote samenvatting van studies opvallende cijfers zien: diabetici die het gebruiken hadden 7 procent minder sterfte dan niet-diabetici, en 28 procent minder dan diabetici op andere behandelingen. Of metformine ook bij gezonde mensen het verouderingsproces vertraagt, wordt momenteel onderzocht, maar is nog niet bewezen. Onderzoekers waarschuwen dat de gevonden cijfers deels door selectie-effecten verklaard kunnen worden.
Alle claims zijn gebaseerd op reviews en observationele studies (PMID 22978257, 15462613, 11283518, 33001358, 9434053, 28286215, 28802803). Geen van de bevindingen is gebaseerd op grote gerandomiseerde interventietrials specifiek gericht op veroudering als uitkomst.