Hoe beïnvloedt je lichaamsvet de aanmaak van hormonen als je ouder bent?
Lichaamsvet beïnvloedt je hormoonhuishouding op oudere leeftijd flink: meer buikvet verstoort de insulinegevoeligheid, en omgekeerd verergert minder oestrogeen of testosteron de vetopstapeling rond de buik. Bewegen en een gezond gewicht houden zijn de meest concrete hefbomen die je zelf in de hand hebt.
Vetweefsel is geen passieve opslagplaats: het maakt actief hormoonachtige eiwitten aan, de zogenoemde adipokines. Bij overgewicht raakt dit systeem ontregeld en produceert het vet te veel ontstekingsbevorderende stoffen. Het gevolg is een sluimerende chronische ontsteking die door het hele lichaam merkbaar is.
Na de menopauze daalt het oestrogeenniveau sterk, en dat heeft directe gevolgen voor waar vet zich ophoopt. Oestrogeen stuurt normaal gesproken vet naar heupen en dijen, een patroon dat gunstig is voor het hart. Zonder oestrogeen verschuift de opslag naar de buik. Dat buikvet (visceraal vet) breekt sneller af en stuurt grote hoeveelheden vrije vetzuren de bloedbaan in. Omdat oestrogeenverlies ook de verbranding van die vetzuren remt, stapelen ze zich op en vergroot dit de kans op insulineresistentie en type 2 diabetes.
Bij mannen speelt testosteron een vergelijkbare rol: het remt buikvetopbouw en ondersteunt spiergroei en de gevoeligheid van cellen voor insuline. Een deel van dit effect loopt via de omzetting van testosteron naar oestradiol. Daalt het testosteronniveau met de leeftijd, dan neemt buikvet toe en verslechtert de stofwisseling op dezelfde manier als bij vrouwen na de menopauze.
Bruin vetweefsel, een apart type vet dat energie als warmte verbrandt, neemt met de leeftijd ook af. Dat gaat samen met een slechtere warmteregulatie en meer insulineresistentie. Er zijn voorlopige aanwijzingen uit dieronderzoek en observatiestudies dat dit ook de hersenen raakt, maar dit is nog niet goed bewezen bij mensen.
Een aandachtspunt bij krachtige afslankmedicijnen (zoals semaglutide) is dat ze niet alleen schadelijk buikvet verminderen, maar ook het onderhuidse gezichtsvet. Dat gezichtsvet maakt groeifactoren aan die de huid jong houden. Verlies ervan kan zichtbaar verouderend werken. Dit is nog alleen beschreven in observaties, niet in gecontroleerde onderzoeken.
Alle claims zijn gebaseerd op observationeel en mechanistisch onderzoek, deels aangevuld met reviews. Er zijn geen grote gerandomiseerde trials in de bronnen. De bewijskracht is matig tot beperkt.