Kunnen hormonen verklaren waarom vrouwen gemiddeld langer leven dan mannen?
Geslachtshormonen dragen waarschijnlijk bij aan de langere levensduur van vrouwen, maar ze verklaren het verschil niet volledig. Sociale factoren tellen ook mee, en de hormonale bescherming heeft een duidelijke keerzijde na de menopauze.
Mannen hebben gemiddeld kortere telomeren, de beschermkappen aan de uiteinden van chromosomen. Dit gaat samen met een kortere levensduur, maar of telomeerlengte de oorzaak is of een gevolg van veroudering is onduidelijk. Bij sommige diersoorten leven mannetjes juist langer, wat laat zien dat dit verband niet universeel geldt.
Oestrogenen, de vrouwelijke geslachtshormonen, spelen een rol in het immuunsysteem, maar die werking is tweezijdig. Afhankelijk van de situatie remmen ze ontstekingen of bevorderen ze die juist. Vrouwen reageren sterker op virale infecties: ze maken meer antistoffen aan en houden lagere ontsteking, waarschijnlijk mede door het hebben van twee X-chromosomen. Dezelfde factoren verhogen echter ook het risico op auto-immuunziekten, waarbij het afweersysteem het eigen lichaam aanvalt. Die keerzijde telt mee.
Rond de menopauze dalen geslachtshormonen snel. Gecombineerd met normale celveroudering vergroot dat de kans op stressdysregulatie in het brein en daarmee op neuropsychiatrische aandoeningen op oudere leeftijd. Ook het hogere Alzheimerrisico bij vrouwen hangt hiermee samen: bijna twee derde van de Alzheimerpatiënten is vrouw. Een deel van dat verschil komt doordat vrouwen gemiddeld 4,5 jaar langer leven, want hogere leeftijd is de sterkste risicofactor. Maar er zijn ook aanwijzingen voor vrouwspecifieke biologische mechanismen die het risico onafhankelijk verhogen.
Hormonen verklaren dus niet alles. Sociale en culturele factoren, zoals risicovol gedrag, werkomstandigheden en zorg voor gezondheid, dragen ook bij aan het levensduurverschil. De hormonale bescherming is bovendien niet eenzijdig gunstig: hogere overlevingskansen bij infecties staan tegenover grotere kwetsbaarheid voor auto-immuunziekten en, na de menopauze, voor hersenaandoeningen. Kortom, geslachtshormonen en geslachtsgebonden genetica dragen waarschijnlijk bij aan de langere levensduur van vrouwen, maar zijn geen volledige verklaring.
Alle claims zijn gebaseerd op observationele studies en reviews (PMID 22182796, 20345280, 32253888, 26404716, 21902801, 33844047). Er zijn geen grote RCT's over dit specifieke onderwerp. Bewijssterkte is redelijk maar niet sterk; oorzakelijkheid is aannemelijk maar niet bewezen.