Welke leefstijl- of voedingsinterventies, supplementen of medische behandelingen verminderen overgangsklachten zoals opvliegers en stemmingswisselingen bij vrouwen in de menopauze?
Er zijn meerdere bewezen effectieve opties voor overgangsklachten: hormoontherapie werkt het best, maar voor wie dat niet kan of wil zijn CGT, klinische hypnose en specifieke medicijnen (SSRI/SNRI, gabapentine, fezolinetant) goed onderbouwde alternatieven. Kruiden, soja-supplementen en ademhalingstechnieken werken niet aantoonbaar tegen opvliegers.
Hormoontherapie met oestrogeen staat bovenaan: het is de meest effectieve behandeling voor opvliegers en nachtelijk zweten die beschikbaar is, en meerdere richtlijnen bevestigen dit consistent. Het is het meest geschikt voor vrouwen die binnen tien jaar na hun laatste menstruatie zijn en geen contra-indicaties hebben, zoals oestrogeenafhankelijke tumoren of bepaalde hart- en vaatproblemen. Wie hormoontherapie niet kan of wil gebruiken, heeft inmiddels een brede keuze aan goed onderbouwde alternatieven.
Drie niet-hormonale medicijnen hebben op basis van groot klinisch onderzoek (het hoogste bewijsniveau) een aanbeveling gekregen voor opvliegers. SSRI's en SNRI's zoals paroxetine en venlafaxine, middelen die in de psychiatrie als antidepressiva worden gebruikt, verminderen opvliegers aantoonbaar, maar kunnen bijwerkingen geven als misselijkheid, droge mond en verminderd libido. Gabapentine, oorspronkelijk een middel tegen epilepsie en zenuwpijn, werkt ook, maar veroorzaakt bij sommigen duizeligheid en slaperigheid. Fezolinetant is een nieuwere klasse: het grijpt specifiek aan op het hersenmechanisme achter opvliegers en toont ook belofte voor slaap- en stemmingsklachten. Langetermijngegevens over dit laatste middel worden nog verzameld. Oxybutynine, bekender als middel tegen blaaskrampen, heeft ook een aanbeveling gekregen, maar met wat minder sterk bewijs; een droge mond is een veelvoorkomende bijwerking.
Cognitieve gedragstherapie (CGT) en klinische hypnose zijn de twee niet-medicamenteuze behandelingen met het sterkste wetenschappelijke bewijs voor opvliegers, angstklachten en slaapproblemen. CGT is een gestructureerde vorm van gesprekstherapie waarbij gedachten en gedrag rondom de klachten worden aangepakt. Klinische hypnose vraagt een gespecialiseerde therapeut, maar is in goed opgezet onderzoek ook effectief gebleken. Beide zijn volwaardige opties voor vrouwen die liever geen medicijnen gebruiken.
Voor stemmings- en angstklachten specifiek laat een meta-analyse van 32 gerandomiseerde studies zien dat voedingsinterventies, waaronder omega-3-vetzuren en vitamine D, een bescheiden positief effect hebben. De effecten zijn statistisch significant maar klein tot matig, en de grote variatie tussen de studies maakt het onmogelijk om op basis van dit onderzoek één specifiek supplement als winnaar aan te wijzen. Gewichtsverlies heeft een aanbeveling voor opvliegers op basis van beperkt tot consistent bewijs, en heeft daarnaast bredere voordelen voor hart en bloedvaten. Beweging en krachttraining verbeteren het lichamelijke en psychologische welbevinden tijdens de overgang, maar zijn niet overtuigend genoeg bewezen voor opvliegers zelf.
Kruiden- en plantaardige supplementen zoals soja-extracten, het sojametaboliet equol en cannabinoïden worden door de NAMS-richtlijn van 2023 expliciet niet aanbevolen voor opvliegers: goed tot redelijk onderzoek toont onvoldoende effectiviteit aan. Hetzelfde geldt voor yoga, mindfulness, acupunctuur en getemporiseerde ademhaling als behandeling voor opvliegers specifiek; voor dat laatste bestaat zelfs het sterkste type bewijs dat het niet werkt. Deze technieken kunnen het algemeen welzijn verbeteren, maar zijn geen bewezen oplossing voor opvliegers. Een plantaardig dieet rijk aan fytooestrogenen (plantenverbindingen met een zwak oestrogeenachtig effect) kan mogelijk bijdragen, maar het bewijs daarvoor is beperkt en inconsistent. Clonidine, in sommige landen vergund voor opvliegers, wordt door de NAMS-richtlijn niet langer aanbevolen vanwege bijwerkingen en onvoldoende bewijs, al verschilt dit per land.
Gebaseerd op meerdere internationale richtlijnen (waaronder NAMS 2023), een meta-analyse van 32 RCT's voor voedingsinterventies, en aanvullende review-publicaties. Totaal deelnemersaantal is niet per studie opgegeven in de beschikbare gegevens; de richtlijnen integreren grote hoeveelheden RCT-data. Causaliteit voor hormoontherapie, SSRI/SNRI, gabapentine en fezolinetant wordt als vastgesteld beschouwd; voor leefstijl- en voedingsinterventies is het bewijs observationeel of associatief van aard.