longevitywatch
← Terug

Verandert mijn gewicht en stofwisseling tijdens de overgang?

Kort antwoord
JaTijdens de overgang verdubbelt de snelheid van vetopbouw en verliest u spiermassa, ook als de weegschaal dat niet laat zien; het vet verschuift naar de buik, wat uw stofwisseling beïnvloedt. Meer bewegen en gezonde voeding helpen aantoonbaar, en hormoontherapie kan voor sommige vrouwen een optie zijn na overleg met een arts.
Hoe hard is dit?
Redelijk bewijs
Gebaseerd op
7 studies
Belangrijkste conclusie

De overgang verandert niet zozeer hoeveel u weegt, maar wel hoe uw lichaam eruitziet en hoe uw stofwisseling werkt: meer buikvet, minder spiermassa en een hoger risico op insulineresistentie. Dit is goed onderbouwd door meerdere humane studies. Leefstijl speelt een zelfstandige rol naast de hormoonverandering, en hormoontherapie kan voor een deel van de vrouwen de veranderingen in lichaamssamenstelling temperen, mits vroeg gestart en op individuele indicatie.

Laatst herzien: juni 2026

Tijdens de overgang verandert de lichaamssamenstelling ingrijpend, ook al laat de weegschaal dat vaak niet zien. De snelheid waarmee vetmassa toeneemt verdubbelt aan het begin van de overgang en gaat door tot ongeveer twee jaar na de laatste menstruatie, waarna het tempo terugvalt naar nul. Tegelijkertijd verliest het lichaam spiermassa. Omdat beide processen elkaar op de weegschaal grotendeels opheffen, lijkt het gewicht nauwelijks te veranderen. Gewichtstoename in de midlife zelf is voor een groot deel een gevolg van veroudering en leefstijl, niet van de overgang alleen.

De plek waar vet wordt opgeslagen, verschuift wel duidelijk. Door het dalen van oestrogeen slaat het lichaam meer vet op rondom de buik (visceraal vet, het vet diep in de buikholte) in plaats van op heupen en billen. Dit is een consistente bevinding uit meerdere studies en is relevant omdat visceraal vet het risico op hart- en vaatziekten en stofwisselingsziekten verhoogt. Dit buikveteffect wordt als waarschijnlijk veroorzaakt door de hormonale verandering zelf.

Het verlies van oestrogeen tast ook de vetstofwisseling aan. Visceraal vet geeft meer vrije vetzuren af die de lever en spieren minder goed kunnen verbranden, omdat de genen die verantwoordelijk zijn voor vetverbranding minder actief worden. Dit kan leiden tot insulineresistentie en een verhoogd risico op diabetes type 2. Het precieze mechanisme is redelijk goed omschreven, maar de omvang van dit effect bij individuele vrouwen is niet precies gekwantificeerd in de beschikbare studies.

Gewichtstoename in de midlife is dus het resultaat van drie samenspelende factoren: de overgang zelf (hormonale verandering), het normale verouderingsproces dat het energieverbruik verlaagt, en leefstijl zoals minder bewegen. Dit onderscheid is praktisch belangrijk: het betekent dat gezonde voeding en voldoende beweging ook tijdens en na de overgang een meetbaar verschil kunnen maken, juist omdat leefstijl een zelfstandige bijdrage levert.

Er zijn aanwijzingen dat oestrogeentherapie (hormoontherapie) de overgangs-gerelateerde veranderingen in lichaamssamenstelling deels kan tegengaan: studies laten minder buikvet, minder totale vetmassa en een lagere kans op diabetes type 2 zien bij gebruik ervan. Vroeg starten, bij voorkeur voor het zestigste levensjaar, lijkt daarbij relevant. Hormoontherapie is echter niet zonder risico's en is niet voor iedere vrouw geschikt. Of en wanneer dit iets voor u is, vraagt om een persoonlijk gesprek met een arts.

Hoe hard is dit?

Gebaseerd op meerdere humane studies, waaronder longitudinale cohortonderzoeken. De bevindingen over vettoename, spierverlies en buikvetverschuiving zijn consistent en afkomstig uit meerdere onafhankelijke bronnen (PMID 30843880, 22978257, 38416337, 28333235, 34960109). Bevindingen over hormoontherapie zijn gebaseerd op een kleinere set studies (PMID 22978257, 35526556, 28333235) en zijn iets minder zeker. Geen meta-analyses als directe bron gebruikt.

Was dit een antwoord op je vraag?
Wekelijkse nieuwsbrief

De week in longevity, in je inbox

Elke zondag een selectie van het meest opvallende longevity-onderzoek. Geen hype, geen supplementen-advertenties.