Verandert mijn gewicht en stofwisseling tijdens de overgang?
Tijdens de overgang verandert je lichaamssamenstelling ingrijpend: meer vetmassa, minder spieren en meer gevaarlijk buikvet. Je totale gewicht op de weegschaal hoeft nauwelijks te veranderen, maar er speelt zich ondertussen wel degelijk iets wezenlijks af.
Tijdens de overgang verdubbelt de snelheid waarmee vetmassa toeneemt. Dit versnelde vetopbouw houdt aan tot ongeveer 2 jaar na de laatste menstruatie en is geen gewoon gevolg van ouder worden, maar hangt samen met de overgang zelf. Tegelijk verliest het lichaam spiermassa in diezelfde periode.
Opvallend genoeg stijgt het totale gewicht op de weegschaal niet sneller door de overgang. Het gewicht was al geleidelijk aan het oplopen vóór de menopauze en vlakt daarna juist af. Wat er wel verandert, is de verhouding tussen vet en spieren: je kunt op hetzelfde gewicht veel meer vet en minder spier hebben dan voorheen.
Bijzonder zorgelijk is de verschuiving naar diepgelegen buikvet rondom de organen. Vrouwen die premenopauzaal bleven, kregen met de leeftijd wel onderhuids vet, maar niet dit gevaarlijkere type buikvet. Dat nam extra toe bij vrouwen die de overgang doormaakten. Dit diepgelegen buikvet vergroot het risico op hart- en vaatziekten en verstoringen in de bloedsuikerregulering.
Het lichaam verbrandt ook minder: het energieverbruik in rust daalt, deels doordat spiermassa afneemt, en de vetverbranding daalde met ongeveer een derde bij vrouwen die de overgang doormaakten. Daarboven bewegen vrouwen gemiddeld al minder ruim 2 jaar vóórdat de menopauze officieel begint, en dat lagere activiteitsniveau houdt aan. Samen betekent dit dat hetzelfde dieet en dezelfde beweging na de overgang sneller tot vetopbouw leiden.
Het wegvallen van oestrogeen verslechtert ook de bloedsuikerregulering, wat het risico op type 2 diabetes verhoogt. Hormonale therapie met oestrogeen kan de verschuiving naar buikvet gedeeltelijk tegengaan en de insulinegevoeligheid verbeteren. Maar welke vrouwen daar het meest baat bij hebben, is nog niet precies bepaald. Overweeg je hormonale therapie, bespreek dat dan met je arts.
Dit antwoord rust op meerdere overzichtsstudies en een langetermijnstudie waarin vrouwen gedurende de overgang gevolgd werden, inclusief een studie die specifiek onderscheid maakte tussen vrouwen die premenopauzaal bleven en vrouwen die postmenopauzaal werden. De bevindingen over vetmassa, spiermassa en visceraal buikvet zijn stevig onderbouwd en komen meerdere malen terug. De bevindingen over energieverbruik en lichamelijke activiteit rusten op minder bronnen en zijn wat minder zeker. Over hormonale therapie zijn de resultaten overwegend positief, maar de onderzoekers benadrukken zelf dat meer onderzoek nodig is om te weten welke vrouwen er het meest van profiteren.
Welke hormoonwaarden worden getest bij de overgang?
Bij de overgang worden vooral FSH, LH, oestradiol, progesteron, testosteron en AMH gemeten; verhoogd FSH samen met gedaald oestradiol (onder 20 pg/ml) is het meest betrouwbare teken dat de overgang is begonnen, maar laat uitslagen altijd toelichten door je arts, want lichaamsgewicht en achtergrond beïnvloeden de normaalwaarden.
Kun je de overgang uitstellen met leefstijl of voeding?
Roken vermijden, minder rood vlees en meer citrusvruchten en vette vis lijken je menopauzeleeftijd gunstig te beïnvloeden. Maar bewijs uit gecontroleerde experimenten ontbreekt nog volledig.
Wat doet de overgang op lange termijn met mijn hart en botten?
De overgang versnelt botverlies, en hormoontherapie vermindert dat aantoonbaar. Tegelijk verhoogt hormoontherapie de kans op een beroerte en een bloedstolsel.
Welke klachten komen het vaakst voor in de overgang?
De meest voorkomende overgangsklachten zijn gewrichts- en spierpijn, vermoeidheid en slaapproblemen; opvliegers zijn het meest kenmerkend maar staan qua prevalentie niet bovenaan. Herken je meerdere van deze klachten, dan is het zinvol ze te bespreken met je huisarts, die per klacht kan bekijken wat helpt.
Verstoort de overgang mijn slaap, en wat helpt daartegen?
De overgang verstoort je slaap echt, vooral door opvliegers en hormonale veranderingen. Een praatvorm van therapie gericht op slaapproblemen (CGT-I) is de beste eerste stap; hormoontherapie of melatonine kunnen daarna in beeld komen.
Wat doet de overgang met je risico op hart- en vaatziekten?
De overgang verhoogt je risico op hart- en vaatziekten aantoonbaar, vooral door ongunstige veranderingen in vet, cholesterol en bloeddruk. Heb je vroeg de overgang of overweeg je hormoontherapie, bespreek dan je persoonlijk risicoprofiel met je arts.