Hoe weet ik of mijn stemmingswisselingen hormonaal zijn of iets anders?
Het cyclische patroon van je klachten is het beste onderscheidingspunt: treden ze alleen op in de twee weken vóór je menstruatie en verdwijnen ze daarna, dan is een hormonale oorzaak het meest aannemelijk. Houd je klachten bij over meerdere cycli, en blijven de klachten aanhouden buiten die periode, bespreek dat dan met je huisarts.
Het meest betrouwbare aanknopingspunt is het tijdstip van je klachten. Hormonale stemmingswisselingen door PMS of PMDD treden uitsluitend op in de tweede helft van je cyclus (de twee weken voor je menstruatie) en verdwijnen zodra de menstruatie begint. Houd je klachten minstens twee cycli bij in een dagboek of app: noteer per dag je stemming, prikkelbaarheid en eventuele huilbuien, en markeer wanneer je menstruatie begint. Zie je een duidelijk cyclisch patroon, dan is een hormonale oorzaak het meest waarschijnlijk. Verdwijnen de klachten níét na je menstruatie, en heb je ze vrijwel de hele maand, dan wijst dat eerder op een depressie of een andere stemmingsstoornis dan op PMS of PMDD.
Hoe erg kunnen die hormonale klachten zijn? Lichte stemmingswisselingen rond je menstruatie zijn heel gewoon, maar een deel van de vrouwen heeft ernstigere last. Zo'n 3 tot 8 procent voldoet aan de criteria voor ernstig PMS; ongeveer 2 procent heeft PMDD, een zwaardere vorm waarbij de klachten het dagelijks leven flink verstoren. Bij PMDD spelen waarschijnlijk ook individuele verschillen in hersenreactiviteit een rol: bij sommige vrouwen werkt een stijgend hormoon in de luteale fase juist angst- en stemmingsklachten op, terwijl het bij anderen kalmerend is.
Bij de menopauze (globaal tussen je 45e en 55e) kunnen stemmingswisselingen ook hormonaal zijn, maar dan door dalend oestrogeen. Toch is de oorzaak hier zelden uitsluitend hormonaal: slaapproblemen, pijn en psychosociale veranderingen spelen bijna altijd mee. Een cyclisch patroon herken je bij de menopauze dus minder goed, omdat de menstruatiecyclus zelf onregelmatig wordt.
Zijn er bloedtesten die uitkomst bieden? Schildklierproblemen kunnen stemming beïnvloeden, maar de aanwijzingen daarvoor komen uit onderzoek bij mensen in extreme omstandigheden; of een milde schildklierdaling alledaagse stemmingswisselingen veroorzaakt, is op basis van het beschikbare onderzoek niet goed te zeggen. Voor bipolaire stoornis zijn in groot klinisch onderzoek wel hormoon- en ontstekingswaarden gevonden die afwijken, maar die zijn alleen matig onderscheidend en vereisen specialistische beoordeling. Een zelftest op basis van bloedwaarden is dus niet mogelijk.
Bronnen beslaan PMS/PMDD (sterke evidentie, causaal), menopauze (matig, waarschijnlijk causaal), PMDD-mechanismen via allopregnanolone (matig), bipolaire stoornis en hormoonmarkers (matig, associatief), schildklier en stemming (beperkt, associatief). Chocoladedrang als bijkomstige observatie verder niet gebruikt.