Kunnen leefstijlmaatregelen, voeding of medische interventies het begin van de menopauze uitstellen bij vrouwen?
Roken vermijden, minder rood vlees eten en meer citrusvruchten en vette vis eten lijken de menopauzeleeftijd gunstig te beïnvloeden, maar dit is nog niet bewezen in interventieonderzoek. Wie zich zorgen maakt over een vroege menopauze, doet er goed aan deze leefstijlaanpassingen te combineren met een gesprek met de huisarts of gynaecoloog.
Genetica is de sterkste bepaler van de menopauzeleeftijd, maar een handvol leefstijl- en voedingsfactoren laat consistente verbanden zien. Dat komt naar voren uit observationeel onderzoek, waaronder een Britse cohortstudie bij 3566 vrouwen en een Australische cohortstudie bij 1146 vrouwen die gemiddeld 12,5 jaar werden gevolgd. Interventieonderzoek waarbij vrouwen willekeurig aan een leefstijl werden toegewezen en daarna werden gevolgd tot de menopauze, bestaat nauwelijks. Alles wat we weten, is dus gebaseerd op verbanden, geen bewezen oorzaak-gevolgrelaties.
Van de voedingssupplementen had visolie de sterkste associatie met een latere menopauze in de Britse cohortstudie. Vrouwen die regelmatig visolie slikten, hadden vergeleken met niet-gebruikers een sterk verlaagd risico op vroege menopauze (hazard ratio 0,05). Vitamine B-complex, een antioxidantenmengsel en vitamine C lieten ook positieve verbanden zien, maar minder uitgesproken. Uit dezelfde studie bleek dat roken en veel rood vlees eten juist geassocieerd zijn met een vroegere menopauze. Dat zijn aanpasbare factoren waarbij het advies duidelijk is: stoppen met roken en minder rood vlees passen in een bredere gezonde leefstijl.
Op het gebied van voeding viel beta-cryptoxanthine op, een stof die van nature voorkomt in mandarijnen, sinaasappelen en perziken. Vrouwen met een dagelijkse inname van ongeveer 400 microgram van deze stof beleefden hun menopauze gemiddeld 1,3 jaar later dan vrouwen met een lage inname, ook na correctie voor andere bekende factoren. Dit is één studie en het mechanisme is nog niet bewezen, maar het suggereert dat meer fruit eten een rol kan spelen.
Een vroege menopauze is niet alleen een reproductief gegeven, maar heeft bredere gezondheidsconsequenties. Een zeer grote Koreaanse cohortstudie bij meer dan 1,1 miljoen vrouwen toonde dat vrouwen bij wie de menopauze vóór hun veertigste begon, 13% meer kans hadden op type 2 diabetes vergeleken met vrouwen bij wie de menopauze op het vijftigste levensjaar of later begon. Dit is een observationele bevinding, maar het geeft wel gewicht aan het mogelijke belang van een latere menopauze voor de algehele gezondheid.
Menopauzale hormonentherapie (MHT) kan het begin van de menopauze zelf niet uitstellen, maar een Europese expertrichtlijn stelt dat MHT een gunstig effect heeft op het glucosemetabolisme en het begin van type 2 diabetes mogelijk kan vertragen bij vrouwen ná de menopauze. Bij vrouwen met diabetes én cardiovasculaire risicofactoren verdient een pleister of gel met oestradiol (toegediend via de huid) de voorkeur boven een oestrogeenpil. Veiligheid en geschiktheid moeten altijd individueel worden beoordeeld door een arts. Verder is er beperkt en niet-consistent bewijs dat MHT bij oudere vrouwen geassocieerd is met een groter hersenvolume, maar gerandomiseerd onderzoek is nodig voordat hier conclusies aan kunnen worden verbonden.
Vrouwen die de menopauzale overgang ingaan, lopen gemiddeld 2 tot 14% meer lichaamsvet op, vooral in de buik. Finse longitudinale cohortstudies laten zien dat een betere voedingskwaliteit en meer beweging geassocieerd zijn met minder vettoename tijdens deze overgang. Hoewel dit geen definitief bewijs is dat leefstijl de menopauze zelf uitstelt, suggereert het wel dat een gezonde leefstijl de metabole gevolgen van de menopauze kan beperken. Voor het uitstellen van de menopauze zelf zijn de meeste interventies nog onvoldoende onderzocht op veiligheid en effectiviteit, zeker voor vrouwen die zwanger willen worden of borstvoeding geven.
Alle claims zijn gebaseerd op observationele cohort- of associatiestudies en één expertrichtlijn (EMAS). Er zijn geen RCT's beschikbaar die aantonen dat een specifieke interventie de menopauzeleeftijd causaal verhoogt. De omvang van de studies varieert van n=562 (hersenstudie) tot n=1.125.378 (Koreaanse cohortstudie). Twee meta-analyses of umbrella-reviews werden niet als directe bron gebruikt.