Wat doet de overgang op lange termijn met mijn hart en botten?
De overgang vergroot op de lange termijn je risico op hart- en vaatziekten én botontkalking, en dat effect is groter bij een vroege menopauze. Hormoontherapie beschermt je botten, maar is geen preventiemiddel voor je hart of brein.
De overgang verlaagt je oestrogeenspiegel, en dat heeft op de lange termijn duidelijke gevolgen voor je hart én je botten. Na de menopauze stijgt je risico op hart- en vaatziekten. Je haalt dan geleidelijk het risicoprofiel van mannen in. Bij een vroege menopauze, vóór je 40e, is dat risico extra hoog. Cardiologen beschouwen dit inmiddels als een officieel risicosignaal dat bij een hart-check hoort, net als een zware zwangerschapsvergiftiging.
Vrouwen met veel opvliegers en nachtelijk zweten hebben vaker een hogere bloeddruk en tekenen van een verstoorde hartritme-regulering. Of dat rechtstreeks tot hartaandoeningen leidt, is nog niet definitief bewezen. Maar het verband is in meerdere studies aanwezig en sterk genoeg om serieus te nemen. Heb je ernstige klachten? Bespreek die dan ook vanuit een hart-vaatperspectief met je arts.
Voor je botten geldt hetzelfde patroon. Oestrogeen beschermt botweefsel, en als dat wegvalt, daalt je botdichtheid. Dat is het sterkst bij een vroege menopauze, want je mist dan jarenlang die bescherming. Daardoor loopt het risico op botontkalking (osteoporose) en botbreuken duidelijk op.
Hormoontherapie is het enige middel waarvoor een grote Cochrane-analyse echt bewijs vond dat het botbreuken voorkomt1. Na 5 tot 7 jaar therapie daalde het aantal fracturen merkbaar. Maar: gecombineerde hormoontherapie verhoogt bij vrouwen boven de 60 jaar het risico op hartaanvallen, beroerte, borstkanker, trombose en galblaasproblemen. De absolute toename per persoon is klein, maar goed aangetoond. Oestrogeen zónder progestageen, alleen mogelijk na een baarmoederverwijdering, geeft een ander risicoprofiel en lijkt het borstkankercijfer juist iets te verlagen.
Er zijn aanwijzingen dat vroeg starten met hormoontherapie, vóór je 60e of binnen tien jaar na de menopauze, gunstiger uitpakt voor het hart2,3,4,5. Dit 'timing-venster' is biologisch aannemelijk, maar nog onvoldoende getest in studies die specifiek op jongere postmenopauzale vrouwen zijn gericht. Eén ding staat vast: hormoontherapie is geen preventiemiddel tegen hart- en vaatziekten of dementie. Bij vrouwen boven de 65 verhoogde gecombineerde hormoontherapie in onderzoek zelfs het risico op dementie. Gebruik het dus voor specifieke klachten en botbescherming, niet als brede ouderdomspil.
De claims zijn gebaseerd op meerdere epidemiologische studies en een Cochrane-systematische review naar hormoontherapie (PMID 28093732), aangevuld met richtlijngerelateerde publicaties over hart-vaatrisico bij vrouwen (PMID 35210038, 35526556, 36367692, 38458215). Het fractuur- en hart-vaatrisico bij hormoontherapie komt uit Cochrane-data op basis van gerandomiseerde studies. Het verhoogde cardiovasculaire risico bij vroege menopauze berust op observationeel onderzoek.