Het bewijs is consistent en stevig: de overgang schaadt op termijn zowel het hart als de botten, en dat effect is groter bij vroege menopauze. Hormoontherapie beschermt aantoonbaar de botten, maar verhoogt bij vrouwen boven de 60 jaar risico's op hart-, been- en borstziekten. Vroeg starten met therapie (voor het 60e jaar) lijkt gunstiger, maar is onvoldoende getest in gerichte studies. Gebruik HT nooit als preventiemiddel voor hart- en vaatziekten of dementie.
De overgang verlaagt het oestrogeengehalte in het bloed, en dat heeft op de lange termijn duidelijke gevolgen voor zowel het hart als de botten. Na de menopauze neemt het risico op hart- en vaatziekten toe. Vrouwen halen dan qua hartgezondheid geleidelijk de risicoprofielen van mannen in. Bij wie vroeg of heel vroeg (voor het 40e jaar) in de menopauze komt, is dit risico extra verhoogd. Cardiologen beschouwen een menopauze voor het 40e jaar inmiddels als een officieel risicosignaal dat bij een cardiovasculaire check-up hoort te worden meegewogen, vergelijkbaar met pre-eclampsie in de zwangerschap.
Vrouwen met veel opvliegers en nachtelijk zweten hebben vaker een hogere bloeddruk en tekenen van verstoorde hartritmregulering. Of dat rechtstreeks tot hartaandoeningen leidt is nog niet definitief bewezen, maar het verband is aanwezig in meerdere studies en voldoende sterk om serieus te nemen. Wie last heeft van ernstige vasomotore klachten, doet er goed aan die ook vanuit een hart-vaatperspectief te bespreken met een arts.
Voor de botten geldt een soortgelijk patroon: oestrogeen beschermt het bot, en als het wegvalt, gaat de botdichtheid achteruit. Dit proces is het sterkst bij vrouwen die vroeg in de menopauze komen, omdat zij jarenlanger zonder de beschermende werking van oestrogeen zitten. Vroege menopauze vergroot daardoor het risico op osteoporose (botontkalking) en bijbehorende fracturen aantoonbaar.
Hormoontherapie (HT) is het enige middel waarvoor in een grote Cochrane-analyse stevige klinische bewijzen zijn gevonden dat het botbreuken werkelijk voorkomt. Na 5 tot 7 jaar therapie daalde het aantal fracturen duidelijk. Maar hier komt een belangrijke kanttekening: gecombineerde hormoontherapie (oestrogeen met progestageen) verhoogt bij vrouwen ouder dan 60 jaar tegelijkertijd het risico op hartaanvallen, beroerte, borstkanker, trombose en galblaasproblemen. De absolute toename per persoon is klein, maar statistisch goed aangetoond. Oestrogeen zonder progestageen, alleen bruikbaar na een baarmoederverwijdering, lijkt het borstkankercijfer juist iets te verlagen, wat een ander risicoprofiel geeft.
Er zijn aanwijzingen dat hormoontherapie gunstig kan uitpakken voor het hart als vrouwen er vroeg mee beginnen, dus vóór het 60e jaar of binnen tien jaar na de menopauze. Dit 'timing-venster' is biologisch plausibel, maar nog niet voldoende getest in gerandomiseerde studies die specifiek op jongere postmenopauzale vrouwen zijn gericht. Wat wél zeker is: hormoontherapie is geen preventief middel tegen hart- en vaatziekten of dementie. Bij vrouwen boven de 65 jaar verhoogde gecombineerde hormoontherapie in onderzoek zelfs het risico op dementie. De conclusie is daarmee helder: HT werkt goed voor specifieke klachten en botbescherming, maar is niet bedoeld als breed preventief middel voor het verouderende hart of brein.
De claims zijn gebaseerd op meerdere epidemiologische studies en een Cochrane-systematische review (PMID 28093732) naar hormoontherapie, aangevuld met richtlijngerelateerde publicaties over cardiovasculair risicobeheer bij vrouwen (PMID 35210038, 35526556, 36367692, 38458215). Het fractuur- en hart-vaatrisico bij HT is afkomstig uit RCT-gebaseerde Cochrane-data. Het cardiovasculaire risico bij vroege menopauze berust op observationeel onderzoek.