De daling van testosteron met de leeftijd is een vaststaand biologisch fenomeen, maar dat betekent niet dat iedere man baat heeft bij therapie. TRT heeft de sterkste onderbouwing voor seksuele functie bij mannen met vastgesteld hypogonadisme, en er zijn eerste aanwijzingen voor een lagere kans op diabetes. Voor cognitie en fysieke prestaties laten gerandomiseerde studies echter geen klinisch relevant voordeel zien. Raadpleeg een arts voor een grondige diagnose vóórdat je tot behandeling overgaat.
Testosteron daalt bij mannen inderdaad met de leeftijd, en dat is stevig onderbouwd door grootschalig longitudinaal onderzoek. De daling begint gemiddeld rond het 35e à 40e levensjaar en bedraagt roughly 1 tot 3 procent per jaar. Boven de 60 jaar heeft ongeveer één op de vijf mannen waarden die formeel als te laag worden beschouwd; boven de 80 jaar is dat de helft. De daling treedt op onafhankelijk van chronische ziekte of medicijngebruik. Opvallend is ook dat er naast de gewone verouderingsdaling een aparte, nog onverklaarde populatiebrede afname is gevonden bij Amerikaanse mannen, die groter is dan wat alleen door veroudering te verklaren valt. Mogelijke oorzaken zoals obesitas of roken verklaren dit niet volledig.
Een lager testosteron hangt in observationele studies samen met meer spierverlies, meer vetopstapeling, een slechter hart- en vaatprofiel, een hoger risico op het metabool syndroom en mogelijk een verhoogde kans op dementie. Toch is de causale richting niet altijd helder: het kan zijn dat een lagere algehele gezondheid het testosteron drukt, in plaats van omgekeerd. Lager testosteron moet bij veel van deze uitkomsten voorlopig als signaal worden gezien, niet als bewezen oorzaak.
Testosteronvervangende therapie (TRT) heeft het sterkste bewijs voor verbetering van seksuele functie en kwaliteit van leven bij mannen met vastgesteld hypogonadisme. In een gerandomiseerde studie bij 788 mannen van 65 jaar en ouder verbeterde de seksuele functie na één jaar therapie significant. Een andere gerandomiseerde studie bij meer dan duizend mannen van 50 tot 74 jaar suggereerde bovendien dat TRT het risico op type 2 diabetes kan verlagen bij mannen met een verhoogde buikomvang en laag testosteron. Dat laatste is een veelbelovend, maar vooralsnog geïsoleerd resultaat dat bevestiging verdient.
Voor cognitie en fysieke prestaties ligt het anders. Ondanks de observationele verbanden tussen laag testosteron en cognitieve achteruitgang, laten gerandomiseerde studies geen verbetering van de cognitieve functie zien na TRT. Voor mobiliteit en spierfunctie zijn de effecten beperkt of afwezig, en is de klinische relevantie onduidelijk. Het idee dat TRT spierverlies of geheugenachteruitgang op hogere leeftijd stopt of terugdraait, is dus niet klinisch bewezen.
Wie overweegt iets met zijn testosteron te doen, moet eerst weten dat een lage uitslag niet automatisch 'gewone veroudering' betekent. Laag testosteron kan ook wijzen op een aandoening van de hypofyse of hypothalamus, en medisch onderzoek is nodig voordat therapie wordt gestart. Krachttraining levert een acute, tijdelijke testosteronstijging op, maar of dat structurele gezondheidswinst via testosteron oplevert, is op basis van het beschikbare onderzoek niet aangetoond.
Gebaseerd op meerdere grootschalige longitudinale cohortstudies en gerandomiseerde trials, waaronder de Testosterone Trials (n=788, 65+) en een Australische RCT (n=1007, 50-74 jaar). De observationele verbanden zijn consistent, maar causaliteit voor veel uitkomsten is niet bewezen.