Is wandelen genoeg om botverlies te vertragen?
Wandelen helpt iets bij lichte botontkalking, maar is waarschijnlijk niet genoeg als je echt botdichtheid wil opbouwen of behouden bij osteoporose. Voeg krachtoefeningen toe voor een meetbaar sterker effect.
Stevig wandelen (30 tot 60 minuten, drie keer per week) kan bij ouderen met lichte botontkalking de botdichtheid in de lendenwervels merkbaar verhogen en de balans verbeteren. Wandelen overdag heeft daarbij een extra voordeel: zonlicht stimuleert de aanmaak van vitamine D, wat botopbouw ondersteunt. Dat laat een studie van 24 weken bij mensen met osteopenie zien.
Bij mensen met osteoporose (ernstigere botontkalking) liggen de kaarten anders. Gewoon wandelen haalt waarschijnlijk niet de drempelwaarde van belasting die nodig is om bot echt op te bouwen. Het kan de achteruitgang wel enigszins remmen, maar van een opbouwend effect is bij osteoporose weinig te verwachten. Een gerandomiseerde studie bij menopauzale vrouwen toonde na 8 weken gestructureerd wandelen wel verbeteringen in botmarkers en botdichtheid, maar die vergelijking was grotendeels met de eigen beginwaarden, wat de conclusie iets voorzichtiger maakt.
Intensieve krachttraining heeft een veel sterker effect op bot dan wandelen. Twee keer per week zware krachtoefeningen gedurende 18 maanden, gecombineerd met extra eiwitinname, verhoogde de botdichtheid in heup en lendenwervels duidelijk bij oudere mannen met zowel bot- als spierverlies. Spierverlies zelf draagt trouwens ook bij aan verminderde botdichtheid en verhoogt het valrisico, dus spieren opbouwen is dubbel zinvol.
Fietsen is een goede vergelijking om het principe te verduidelijken: intensieve fietsers op hoog niveau hadden juist een lagere botdichtheid in de heup dan minder actieve jongere mannen, omdat fietsen niet gewichtdragend is. Beweging zonder bodemcontact telt simpelweg niet mee voor het bot.
Gecombineerde programma's met aerobe, kracht- en balansoefeningen lijken het bot te kunnen behouden of iets verbeteren, ook bij kwetsbaardere ouderen die zware training niet aankunnen. De onderlinge vergelijking van die studies is lastig, maar dit soort gevarieerde aanpak wordt als zinvol alternatief gezien als zwaar tillen geen optie is.
Gebaseerd op meerdere RCT's en observationele studies met uiteenlopende populaties (osteoporose, osteopenie, menopauzale vrouwen, oudere mannen). Bewijssterkte varieert per subvraag: sterk voor intensieve krachttraining, matig voor wandelen.