Wie zou zijn ApoB moeten laten meten?
ApoB meten is zinvol voor meer mensen dan richtlijnen nu suggereren: niet alleen bij verhoogde vetten in het bloed, maar ook bij overgewicht, diabetes, familiaire hypercholesterolemie, vrouwen na de overgang en mensen die al cholesterolverlagers gebruiken.
ApoB is een eiwit dat op elk schadelijk cholesteroldeeltje zit. Door ApoB te meten, tel je die deeltjes direct. Gewoon LDL-cholesterol meet alleen het totale gewicht aan cholesterol, en dat is niet hetzelfde. Uit bevolkingsonderzoek blijkt dat bij een LDL van 100 mg/dL de bijbehorende ApoB varieert van 66 tot 99 mg/dL. Wie een hoge ApoB heeft bij een 'normaal' LDL, draagt meer schadelijke deeltjes met zich mee. Dat risico blijft onzichtbaar als je alleen LDL meet.
Mensen met overgewicht, diabetes of verhoogde vetten in het bloed hebben het meest baat bij meten. Bij die groepen wijkt ApoB het vaakst sterk af van wat LDL aangeeft. Richtlijnen adviseren ApoB te meten bij verhoogde vetten in het bloed, maar onderzoek laat zien dat ook mensen zonder bekende risicofactoren een opvallend hoge ApoB kunnen hebben. De grens om te meten is waarschijnlijk te krap getrokken.
Kinderen met familiaire hypercholesterolemie (een erfelijke aandoening waarbij LDL vanaf de geboorte sterk verhoogd is) vormen een aparte groep. Uit één kleine studie bij kinderen met genetisch bevestigde familiaire hypercholesterolemie had ruim 34 procent een ongunstige verhouding tussen ApoB en het beschermende eiwit ApoA. Die verhouding was, samen met vaatafwijkingen, soms reden om eerder met statines te starten.
Gebruik je al cholesterolverlagers? Dan helpt ApoB beoordelen of de behandeling goed genoeg werkt. Zeker bij aanhoudend verhoogde vetten in het bloed onderschat LDL het risico. ApoB laat zien of het werkelijke aantal schadelijke deeltjes voldoende is gedaald.
Vrouwen rond en na de overgang hebben ook extra baat bij meten. Na de menopauze stijgt ApoB en neemt de variatie tussen vrouwen toe. Tweelingenonderzoek laat zien dat leefstijl vóór de overgang nog relatief veel meespeelt, maar daarna verschuift dat. Meten rond de overgang helpt bepalen of je risico is veranderd.
Alle claims komen uit associatief of diagnostisch onderzoek; er zijn geen gerandomiseerde trials of meta-analyses in de bron. De bevindingen bij kinderen met familiaire hypercholesterolemie komen uit één kleine studie (beperkt bewijs). De bevolkingsvariatie in ApoB bij gelijk LDL komt uit een grotere observationele studie (matig bewijs). De menopauze-bevindingen zijn uit tweelingenonderzoek (associationeel, matig bewijs).