Meerdere grote studies tonen consistent aan dat ApoB een betere risicovoorspeller is dan LDL-cholesterol, omdat het het totale aantal risicodeeltjes meet in plaats van alleen de hoeveelheid vet erin. ApoB vertelt echter niet het volledige verhaal: remnant cholesterol draagt aanvullend risico bij dat ApoB niet volledig opvangt.
ApoB is een eiwit dat zit op alle zogenoemde 'slechte' vetdeeltjes in het bloed, zoals LDL, VLDL en IDL. Elk van die deeltjes draagt precies één ApoB-molecuul. ApoB meten geeft daarmee een directe telling van het totale aantal risicodeeltjes in uw bloed, terwijl LDL-cholesterol alleen de hoeveelheid vet ín die deeltjes meet. Een systematische review van 15 studies met in totaal 593.354 deelnemers toonde aan dat ApoB in alle 9 beschikbare vergelijkingen een betere voorspeller was van hart- en vaatziekte dan LDL-cholesterol. De onderzoekers stellen dat LDL-cholesterol geen goede vervanger is voor ApoB in de klinische praktijk1.
Een grote Deense studie onder 95.108 mensen (geen statinegebruikers) bevestigde dit op een andere manier: hoe hoger het 'overschot-ApoB', dat wil zeggen de informatie die ApoB toevoegt bovenop wat LDL-cholesterol al voorspelt, hoe hoger het risico op hartinfarct. Dit galt voor zowel mannen als vrouwen en over het hele bereik van LDL-waarden. ApoB bevat dus informatie die LDL-cholesterol simpelweg mist2.
De vergelijking met non-HDL-cholesterol (een al iets bredere meting dan gewoon LDL) is minder eenduidig. In 7 van 9 vergelijkingen in dezelfde systematische review scoorde ApoB ook beter dan non-HDL-cholesterol, maar in één studie was non-HDL superieur en in één studie waren ze gelijkwaardig1. ApoB lijkt dus het meest informatief, maar het voordeel ten opzichte van non-HDL is kleiner dan ten opzichte van LDL.
Er zijn ook grenzen aan wat ApoB vertelt. Een analyse van 17.532 mensen zonder bekende hart- en vaatziekte liet zien dat verhoogd remnant cholesterol, de cholesterol in triglyceriden-rijke deeltjes, geassocieerd was met 65% hogere kans op een cardiovasculaire gebeurtenis, ook nadat statistisch gecorrigeerd was voor zowel LDL als ApoB. ApoB vangt dit extra risico dus niet volledig op3. Daarnaast suggereert een grote Britse cohortstudie (271.760 deelnemers) dat ook de samenstelling van LDL-deeltjes, klein en dicht LDL versus groot en luchtig LDL, relevant is naast ApoB4.
Ondanks al dit bewijs is ApoB nog steeds niet breed ingevoerd in de dagelijkse klinische praktijk. Een belangrijke reden is het ontbreken van duidelijke, consistente ApoB-streefwaarden in richtlijnen, terwijl die voor LDL-cholesterol wel bestaan5. Tot slot is het goed te weten dat leefstijl ook ApoB beïnvloedt: een meta-analyse van 58 gerandomiseerde studies toonde aan dat haver beta-glucan (de vezel in havermout, circa 3,5 g per dag) ApoB significant verlaagt, al is de verlaging bescheiden (gemiddeld 0,03 g/l)6.
De belangrijkste bevindingen komen uit een systematische review (PMID 40681368, n=593.354), een grote Deense cohortstudie (PMID 38839200, n=95.108) en een grote Britse cohortstudie (PMID 40808652, n=271.760). Alle verbanden zijn associationeel; er zijn geen gerandomiseerde trials die ApoB-gestuurde behandeling direct vergelijken met LDL-gestuurde behandeling op harde eindpunten. Eén meta-analyse (PMID 27724985) is meegenomen voor de dieetinterventie op ApoB.