Welke vorm vitamine K2 is beter: MK-4 of MK-7?
MK-7 heeft duidelijk betere opname dan MK-4 op gewone suppletiedoses, en activeert ook eiwitten voor bot en bloedvaten beter. Als je vitamine K2 slikt, kies dan voor MK-7.
Lees het volledige antwoord
MK-7 wordt aantoonbaar opgenomen in het bloed, MK-4 niet, althans niet op de hoeveelheden die je via voeding of gewone supplementen binnenkrijgt. Na een dosis van 420 µg was MK-4 op geen enkel meetmoment terug te vinden in het bloed. MK-7 bereikte bij dezelfde dosis al na zes uur een meetbare piek, en was 48 uur later nog steeds aanwezig. Na zeven dagen dagelijks 60 µg stegen de bloedwaarden bij alle deelnemers.
Dat verschil in opname heeft gevolgen voor hoe goed je lichaam bepaalde eiwitten buiten de lever kan activeren, onder andere eiwitten die betrokken zijn bij botopbouw en de bescherming van bloedvatwanden. Alleen MK-7 slaagt er op een normale voedingsdosis in om die eiwitten voldoende te activeren. MK-4 en vitamine K1 komen op ADH-niveau tekort.
Voor bot specifiek laat MK-7 in meerdere studies een positief effect zien op botmineraaldichtheid en -sterkte. Deels komt dat doordat MK-7 in het lichaam gedeeltelijk wordt omgezet naar MK-4, zodat beide vormen uiteindelijk een rol spelen. Voor postmenopauzale vrouwen, bij wie botklachten het meest relevant zijn, is het beeld echter niet eenduidig: gerandomiseerde studies lieten geen duidelijke toename van botmineraaldichtheid zien op de meest gemeten plekken in het skelet. Een mogelijk lager fractuurrisico werd gesuggereerd, maar die studies hebben methodologische haken en ogen. Vitamine K-suppletie is dan ook (nog) niet standaard aanbevolen voor de preventie van osteoporose.
Een kleine studie bij reumatoïde artritis-patiënten (42 per groep) zag dat 100 µg MK-7 per dag als aanvulling op reguliere medicatie de ziekteactiviteit verminderde. Dit is interessant, maar te vroeg om er harde conclusies aan te verbinden.
Alle claims zijn gebaseerd op één tot enkele studies per uitkomst. De opname-data komen uit één vergelijkingsstudie (PMID 23140417, bevestigd door PMID 39091191). Boteffecten steunen op mechanistisch-klinische studies (PMID 32244313) en een systematische review bij postmenopauzale vrouwen (PMID 24090644). De RA-data komen uit één kleine RCT (PMID 26073022).