Welke supplementen of medicijnen kun je beter niet met NAD+ combineren?
Bij chemotherapie met cisplatin is nicotinamide als NAD+-voorloper een concreet aandachtspunt; bespreek dit altijd met de oncoloog. Combinaties met kruidensupplementen zoals Ginkgo biloba of hoge doses sulforafaan kunnen medicijnspiegels ontregelen, maar hoe groot dat risico in de praktijk is, is bij mensen nog niet vastgesteld.
Nicotinamide, een veelgebruikte NAD+-voorloper, kan de werkzaamheid van het chemotherapiemiddel cisplatin ondermijnen. In celkweekonderzoek met longkankercellen bleek nicotinamide zich direct te binden aan actieve cisplatinmoleculen, waardoor minder werkzame cisplatin overblijft om kankercellen te beschadigen. Dit is uitsluitend gemeten in het laboratorium, niet bij mensen. Mensen die chemotherapie ondergaan met cisplatin doen er verstandig aan dit risico te bespreken met hun oncoloog voordat zij NAD+-supplementen of nicotinamide innemen1.
Nicotinezuur (ook vitamine B3, een andere NAD+-voorloper) heeft een specifieke en relevante wisselwerking met experimentele kankermedicijnen die NAD+-aanmaak blokkeren, de zogenoemde NAMPT-remmers. Die medicijnen zijn bedoeld om kankercellen uit te hongeren door hun NAD+-productie te stoppen. Omdat nicotinezuur via een omweg toch NAD+ kan aanmaken, kan het die aanpak neutraliseren. Tegelijk heeft nicotinezuur hier ook een beschermende kant: in rattenstudies en celkweek kon het de bloedplaatjestoxiciteit van NAMPT-remmers opheffen. De conclusie is tweeledig: NAD+-voorlopers kunnen de beoogde werking van NAD+-blokkerende kankermedicijnen ondermijnen, maar worden mogelijk ook onderzocht als bescherming tegen de bijwerkingen ervan. Overleg met de behandelend arts is hier essentieel2.
Een breder aandachtspunt geldt voor mensen die NAD+-supplementen combineren met kruidensupplementen zoals Ginkgo biloba, soja-isoflavonen of Milk Thistle. De flavonoïden in die producten beïnvloeden leverenzymen (CYP450) die veel medicijnen afbreken, waaronder bloedverdunners, antidepressiva en statines. Afhankelijk van het specifieke flavonoïde kan een medicijn sneller of langzamer worden afgebroken, wat leidt tot te hoge of te lage bloedspiegels. De gevonden effecten zijn in laboratoriumonderzoek gemeten bij concentraties die hoger zijn dan wat je normaal via voeding binnenkrijgt, maar bij hoge suppletiedoses is dat verschil kleiner. Dit is niet een interactie met NAD+ zelf, maar een risico bij het combineren van meerdere populaire supplementen tegelijk3.
Broccoli-extract of sulforafaansupplementen, die populair zijn vanwege veronderstelde antikankereigenschappen, kunnen de werking van gangbare medicijnen verminderen. In celkweekstudies werden antagonistische effecten gevonden met furosemide (een plastablet), verapamil (een hartmedicijn) en ketoprofen (een pijnstiller). Het mechanisme loopt via fase-II-metabolisme-enzymen en transporteiwitten die betrokken zijn bij medicijntransport. Ook dit is preclinisch onderzoek, maar het geeft aanleiding tot voorzichtigheid voor mensen die sulforafaan combineren met deze medicijnen4.
Tot slot: fucoidan, een zeewierextract dat soms als supplement wordt ingenomen, kan bij hogere doses interfereren met dezelfde CYP450-leverenzymen en met het enzym COMT, dat onder andere betrokken is bij de afbraak van stresshormonen en sommige medicijnen zoals levodopa bij de ziekte van Parkinson. Het gaat om preclinisch onderzoek, maar het benadrukt een algemeen patroon: combinaties van meerdere supplementen verhogen de kans op medicijninteracties, ook als de supplementen los van elkaar onschuldig lijken5.
Alle bevindingen zijn afkomstig uit celkweek- of dieronderzoek, of hebben een indirect verband met NAD+-supplementen. Er zijn geen directe humane klinische studies over deze interacties beschikbaar in de bronnen. De bevindingen zijn daarmee signalen, geen bewezen klinische risico's bij mensen.