Wat is de controverse rondom NAD+?
NAD+-suppletie verhoogt aantoonbaar de NAD+-spiegels in het lichaam, maar of dat bij mensen ook echte gezondheidswinst oplevert, is nog niet bewezen. Voor mensen met actieve kanker geldt extra voorzichtigheid vanwege aanwijzingen dat NMN tumorgroei kan ondersteunen.
NAD+ (nicotinamide-adenine-dinucleotide) is een stof die elke lichaamscel nodig heeft voor energieproductie en herstelprocessen. Uit meerdere studies bij mensen blijkt dat de NAD+-spiegels geleidelijk dalen met de leeftijd, vermoedelijk door een combinatie van verminderde aanmaak en verhoogd verbruik. Dat dalende niveau wordt door veel onderzoekers gezien als een factor bij verouderingsgerelateerde achteruitgang.
Orale suppletie met NR (nicotinamide-riboside) of NMN (nicotinamide-mononucleotide) verhoogt de NAD+-concentraties in bloed en weefsels bij mensen aantoonbaar. Dat is een van de steviger vastgestelde feiten in dit veld. In diermodellen zoals muizen en wormen leidde NAD+-aanvulling herhaaldelijk tot een langere gezonde levensduur en minder verouderingsziekten. Maar een dierresultaat is nog geen menselijk voordeel, en dat onderscheid is precies de kern van de discussie.
Het grote probleem is dat hogere NAD+-spiegels bij mensen tot nu toe niet betrouwbaar zijn vertaald naar meetbare gezondheidswinst. Of suppletie ook echt de conditie, cognitie of stofwisseling verbetert, is onduidelijk. De beschikbare klinische studies zijn te klein en te kort om daar harde uitspraken over te doen. De stof stijgt in het bloed, maar wat dat concreet oplevert voor de gezondheid van een persoon, is nog niet aangetoond.
Er is ook een serieus veiligheidssignaal. In zowel celstudies als muisexperimenten bleek NMN alvleesklierkankercellen te beschermen tegen meerdere chemotherapiemiddelen en de tumorgroei te ondersteunen. NAM (nicotinamide) toonde een vergelijkbaar maar minder sterk effect. Of dit ook bij mensen geldt, is niet bewezen, maar voorzichtigheid is geboden: mensen met actieve kanker of een verhoogd risico doen er verstandig aan NMN-suppletie eerst met hun arts te bespreken.
De fundamentele biologie van NAD+ blijkt complexer dan lang werd aangenomen. Het darmmicrobioom verwerkt NR en NMN op manieren die de beschikbaarheid en werking kunnen veranderen. Bovendien heeft elke cel meerdere gescheiden NAD+-voorraden in verschillende compartimenten, zoals de mitochondriën en de kern, die elk afzonderlijk gereguleerd worden. Dit maakt het moeilijk te voorspellen wat een supplement precies doet in het menselijk lichaam en waarom dierresultaten moeilijk vertalen.
Ten slotte is er de kwestie van belangenverstrengeling. Meerdere hoofdauteurs van toonaangevende NAD+-overzichtsartikelen hebben financiële banden met bedrijven die deze supplementen verkopen, via patenten, adviesrollen of aandelenbelangen. Dit geldt voor een deel van de studies die als basis dienen voor enthousiaste conclusies over NMN en NR. Dat maakt hun wetenschap niet automatisch onjuist, maar het is een factor om mee te wegen. Kortdurende suppletie lijkt veilig en goed verdraagbaar, maar grote, langlopende veiligheidsstudies bij mensen ontbreken nog grotendeels.
Gebaseerd op meerdere humane studies, dierexperimenten, laboratoriumstudies en reviewartikelen (PMID: 37068054, 34517020, 40926126, 29514064, 41724424, 39026037). Totaal deelnemersaantal over de humane studies is niet precies opgegeven in de aangeleverde claims; schattingen zijn dan ook conservatief gehouden. Het kankerveiligheidssignaal (PMID 41724424) komt uit cel- en muismodellen, niet uit humaan onderzoek.