Wat is visceraal vet en waarom is het gevaarlijker dan onderhuids vet?
Visceraal vet is gevaarlijker dan onderhuids vet omdat het direct op de lever inwerkt, meer ontstekingsstoffen afgeeft en je risico op hart- en vaatziekten en diabetes flink verhoogt. Door te bewegen en af te vallen verdwijnt dit type vet relatief snel.
Visceraal vet zit niet onder je huid, maar diep in de buikholte: rondom de darmen en maag. Van daaruit gaan de afbraakproducten rechtstreeks via de poortader naar de lever. Onderhuids vet, dat je vindt onder de huid en rond heupen en billen, heeft die directe verbinding met de lever niet.
Visceraal vet is biologisch veel actiever dan onderhuids vet. De vetcellen zijn groter, beter doorbloed, sterker bezenuwt en vol met ontstekings- en immuuncellen. Ze reageren sterk op stresshormonen en breken sneller af tot vrije vetzuren. Onderhuids vet doet juist het omgekeerde: het absorbeert vetzuren uit het bloed en werkt daarmee als een soort buffer.
Die hogere activiteit heeft een prijs. Te veel visceraal vet leidt tot een breed scala aan schadelijke veranderingen tegelijk: hogere triglyceriden, meer vrije vetzuren in het bloed, afgifte van ontstekingsstoffen, insulineresistentie in de lever en meer kleine, dichte LDL-deeltjes die gevaarlijker zijn voor de bloedvaten. Het 'goede' HDL-cholesterol daalt. Dat hele pakket verhoogt het risico op hart- en vaatziekten flink.
Buikobesitas geeft een groter risico op diabetes en hart- en vaatziekten dan vet dat rond heupen en billen zit. In een Chinese cohortstudie van ruim 8.000 mensen over negen jaar bleek een hoge visceraal-vet-score het risico op hart- en vaatziekten met een factor 1,75 tot 1,87 te verhogen. Een hogere meting van visceraal vet hing ook samen met meer dan twee keer zoveel kans op hartfalen. Bovendien is er een duidelijke samenhang met spierverlies op latere leeftijd.
Goed nieuws: visceraal vet reageert relatief goed op aanpassing van leefstijl. Gewichtsverlies door dieet en beweging vermindert visceraal vet bij voorkeur boven onderhuids vet, en dat verbetert het risicoprofiel. Medicijnen zoals liraglutide (een GLP-1-agonist, verwant aan nieuwere afvalmiddelen) verminderden visceraal vet in een dubbelblinde studie met gemiddeld 12,5% tegenover 1,6% bij placebo. Bijna de helft van de deelnemers had maagdarmklachten als bijwerking.
Alle claims zijn gebaseerd op één tot twee primaire studies of reviews (PMID 19656312, 23303913, 40640908, 39604987, 39235730, 40749983, 34358471). Er zijn geen meta-analyses als directe bron gebruikt. Het gaat grotendeels om observationele verbanden; bewezen oorzakelijkheid is beperkt tot een paar mechanistische claims en de RCT over liraglutide.