Wat doet chronisch hoge cortisol met je buikvet en bloedsuiker?
Chronisch hoog cortisol stuurt vet naar de buikholte en vergroot de kans op insulineresistentie en type 2 diabetes. Als je langdurig veel stress ervaart, is dat een extra reden om daar actief iets aan te doen.
Cortisol stuurt vet actief naar de buikholte. Bij mensen met een bijniertumor die autonoom cortisol aanmaakt, is dit goed gemeten: zelfs een milde cortisolverhoging leidde na zo'n drie jaar tot significant meer visceraal buikvet. Bijzonder: de verhouding tussen diep buikvet en onderhuids vet was even hoog als bij patiënten met een volledig Cushing-syndroom, de aandoening waarbij de bijnieren structureel te veel cortisol produceren. Dat Cushing-syndroom is ook het enige bekende hormoonprobleem dat specifiek dit buikvetpatroon veroorzaakt. Schildklieronderwerking of andere hormoonstoornissen geven wel gewichtstoename, maar niet op deze plek.
Cortisol werkt niet alleen. Als tegelijk het testosteron en het groeihormoon laag zijn, versterkt dat het effect: vet belandt nog sterker in de buikholte dan onder de huid. Dit patroon zie je terug bij mensen met een hoge taille-heupverhouding en bij langdurige stress, waarbij de hormoonbalans chronisch verstoord raakt.
Dat buikvet is op zijn beurt slecht voor je bloedsuiker. Visceraal vetweefsel geeft vrije vetzuren af aan de lever, en die verstoren hoe goed lichaamscellen op insuline reageren. Het gevolg: de bloedsuiker stijgt, en visceraal vet geldt dan ook als een sterke voorspeller van type 2 diabetes.
Chronische stress maakt het bovendien lastiger om minder te eten. Cortisol beïnvloedt beloningsgebieden in de hersenen en vergroot de neiging om vetter en suikerrijker voedsel te kiezen. Normaal gesproken remmen verzadigingshormonen zoals leptine en insuline dit effect, maar bij langdurig hoog cortisol raakt dat systeem ontregeld. Het resultaat is meer eetdrang, meer calorieën, en nog meer buikvet. Psychosociale stress, zoals een aanhoudend gevoel van sociale druk of spanning, hangt ook samen met een hogere taille-heupverhouding en tekenen van overactieve stressrespons, al is het directe oorzakelijk bewijs daarvoor bij mensen beperkt.
Claims gebaseerd op studies bij mensen met bijniertumoren (autonoom cortisol), patiënten met Cushing-syndroom, epidemiologisch onderzoek naar taille-heupverhouding en hormoonprofiel, en mechanistisch/dieronderzoek naar stress en eetgedrag. Eén claim (psychosociale stress) is grotendeels associatief en gebaseerd op diermodellen.