Waarom word je na je 40e makkelijker dik, ook als je hetzelfde eet?
Na je veertigste verbrandt je lichaam minder calorieën, vooral door spierverlies en een lager rustmetabolisme. Je hoeft dus niet meer te eten om toch aan te komen, maar minder eten of meer bewegen helpt dit gedeeltelijk te compenseren.
Spieren zijn de motor van je stofwisseling. Na je veertigste verlies je geleidelijk spiermassa, en spieren verbranden in rust meer energie dan vetweefsel. Dat betekent dat je lichaam per dag minder calorieën nodig heeft, ook al beweeg je en eet je hetzelfde als vroeger. Dit spierverlies (sarcopenie) is robuust aangetoond en geldt als een van de belangrijkste oorzaken van gewichtstoename op latere leeftijd.
Bovenop dat spierverlies daalt ook je rustmetabolisme om een tweede reden: organen krimpen lichtjes en verbruiken per kilogram gewicht minder energie dan voorheen. Tegelijk beweeg je gemiddeld wat minder naarmate je ouder wordt. Dat heeft zowel biologische oorzaken, zoals veranderingen in hersengebieden die je aanzetten tot bewegen, als praktische omgevingsfactoren. Het resultaat is dat je totale dagelijkse energieverbruik behoorlijk daalt.
Er speelt ook iets in je cellen mee. Een stof die cellen nodig hebben voor hun energiehuishouding, NAD+, daalt gedurende het hele leven. In muisstudies leidde het herstellen van NAD+ tot minder gewichtstoename en een betere vetstofwisseling. Bij mensen zijn de aanwijzingen voorlopig: kleine studies laten voorzichtige positieve signalen zien, maar een bewezen oorzakelijk verband is er nog niet.
Minder bekend is de rol van vetcellen in het beenmerg. Die nemen met leeftijd progressief toe en sturen via signaalstofjes andere weefsels aan, waaronder spieren en vetdepots. Dit is een relatief nieuwe onderzoeksrichting en het precieze belang voor gewichtstoename bij mensen is nog onduidelijk. Tot slot suggereren muisstudies dat epigenetische veranderingen, waarbij bepaalde genen anders aan- of uitgeschakeld worden naarmate je ouder wordt, ook bijdragen aan de neiging tot gewichtstoename. Of dat bij mensen even sterk geldt, moet nog worden onderzocht.
Claims gebaseerd op meerdere studies (PMID 19698803, 24576864, 38584513, 37364580, 22682224, 31702948, 32103178). Spierverlies en daling van totaal energieverbruik zijn het best onderbouwd. NAD+ en epigenetische mechanismen zijn vooralsnog dier- of associatieonderzoek.