Waarom krijgen sommige vrouwen na de overgang ineens last van angstklachten?
De overgang vergroot de kans op angstklachten via hormonale, lichamelijke en psychosociale factoren die elkaar versterken. Bewegen en mind-body oefeningen kunnen helpen; bij ernstige klachten is hormoontherapie het overwegen waard in overleg met je arts.
Angstklachten na de overgang zijn niet zeldzaam, en er is een duidelijke biologische reden voor. Het vrouwelijk hormoon oestrogeen beïnvloedt stoffen in de hersenen die stemming en rust reguleren, waaronder serotonine en GABA. Als oestrogeenspiegels tijdens de overgang sterk schommelen en uiteindelijk dalen, raakt dat evenwicht verstoord. Dit mechanisme is nog niet definitief bewezen, maar geldt als een aannemelijke verklaring.
Opvliegers en nachtelijk zweten spelen waarschijnlijk ook mee. Slaaptekort door nachtelijk zweten put het zenuwstelsel uit, en vrouwen met meer angstklachten blijken op hun beurt weer hevigere opvliegers te hebben die ook langer duren. Die twee versterken elkaar dus. Het risico stijgt het sterkst in de latere fasen van de overgang, wanneer menstruaties maandenlang uitblijven.
Niet elke vrouw is even kwetsbaar. Wie eerder een depressie heeft gehad, of van nature gevoeliger is voor negatieve emoties, loopt meer kans op angstklachten. Daarbij valt de overgangsleeftijd vaak samen met andere stressvolle perioden: kinderen die het huis verlaten, zorgen voor ouder wordende ouders. Al die factoren tegelijk maken het moeilijk om de overgang zelf als enige boosdoener aan te wijzen.
Voor wie last heeft van angstklachten, zijn er een paar opties met redelijk onderbouwing. Bewegen op een laag tot matig tempo helpt aantoonbaar, en het effect is het duidelijkst bij vrouwen die de menopauze al voorbij zijn. Ook mind-body oefeningen zoals yoga en tai chi laten een positief effect zien, al verschilden de studies op dit punt sterk van elkaar. Hormoontherapie is voor vrouwen met bredere menopauzeklachten een optie die op korte termijn bij de meeste vrouwen veilig is, maar vraagt om overleg met een arts vanwege mogelijke risico's bij langdurig gebruik. Voedingssupplementen laten in onderzoek nog te wisselende resultaten zien om als bewezen aanpak te gelden.
Gebaseerd op drie richtinggevende overzichtstudies (PMID 36961547, 26653408, 39880566), twee reviews naar bewegingsinterventies (PMID 39856668, 38669625), een review over voeding (PMID 36576445) en twee studies naar de wisselwerking tussen angst en vasomotorische klachten (PMID 25686030, 30401547). De mechanistische verklaring via oestrogeen-serotonine-GABA is plausibel maar nog niet definitief aangetoond.