Waarom krijgen sommige vrouwen na de overgang ineens last van angstklachten?
Schommelende oestrogeenspiegels verstoren hersensystemen die angst en stemming regelen, waardoor sommige vrouwen tijdens de overgang voor het eerst last krijgen van angstklachten. Bewegen helpt aantoonbaar, en als klachten hevig zijn is hormoontherapie een erkende eerste keus: bespreek dat met je arts.
Oestrogeen werkt direct op de hersenen: het reguleert de aanmaak van serotonine en GABA, twee stoffen die je stemming en angstgevoel in balans houden. Tijdens de overgang schommelen de oestrogeenspiegels sterk, voordat ze uiteindelijk dalen. Die schommelingen verstoren deze hersensystemen, wat angst en somberheid kan uitlokken. Dit is een biologisch plausibele verklaring die terugkomt in meerdere reviews.
De periode vlak vóór de definitieve menopauze, de zogeheten perimenopauze, is voor veel vrouwen zwaarder dan erna. Depressieve klachten en angst zijn dan het hevigst, terwijl de hormoonspiegels het meest onvoorspelbaar zijn. Die fase kan meerdere jaren duren en beslaat soms tot 12% van iemands leven. In prospectieve cohortstudies en cross-sectioneel onderzoek bij in totaal 22 studies is dit patroon herhaaldelijk gezien.
Niet alle vrouwen zijn even kwetsbaar. Wie eerder een ernstige depressie heeft doorgemaakt, of van nature angstig ingesteld is, loopt meer kans op psychische klachten tijdens de overgang. Opvliegers en slaapproblemen spelen ook mee: ze versterken het onbehagen en maken de grens tussen lichamelijke en psychische klachten vaag.
Wat kun je eraan doen? Hormoontherapie met oestrogeen geldt inmiddels als eerste keus bij stemmings- en angstklachten tijdens de perimenopauze, ook aanbevolen door de Britse richtlijninstantie NICE. Het bewijs hiervoor neemt toe, al is het langetermijneffect op cognitie minder duidelijk. Een andere goed onderbouwde optie is bewegen: een meta-analyse van 21 gerandomiseerde studies zag dat beweging angstklachten en somberheid duidelijk verminderde bij vrouwen in en na de overgang. Lichte tot matige intensiteit werkte even goed als zwaar sporten. Voedingssupplementen en dieetaanpassingen laten in onderzoek ook een effect zien, maar de studies spreken elkaar op details tegen en het is niet duidelijk welke specifieke aanpak het verschil maakt.
Gebaseerd op twee systematische reviews met meta-analyse, vier reviews en twee systematische reviews. De meeste bevindingen over oorzaak en kwetsbaarheid komen uit observationeel onderzoek; het effect van beweging is het sterkst onderbouwd via gerandomiseerde studies.
Welke klachten komen het vaakst voor in de overgang?
De meest voorkomende overgangsklachten zijn gewrichts- en spierpijn, vermoeidheid en slaapproblemen; opvliegers zijn het meest kenmerkend maar staan qua prevalentie niet bovenaan. Herken je meerdere van deze klachten, dan is het zinvol ze te bespreken met je huisarts, die per klacht kan bekijken wat helpt.
Kan een laag progesteronniveau klachten geven vóór de overgang?
Een laag progesteronniveau kan al ruim voor de overgang klachten geven, zoals een verhoogd risico op baarmoederkanker, meer buikvet en lagere botdichtheid. Merk je onregelmatige cycli of andere signalen, bespreek het dan met je huisarts.
Waarom hebben sommige vrouwen na de bevalling last van schildklierproblemen?
Na de bevalling schiet het afweersysteem soms door en beschadigt het de schildklier, wat bij ongeveer 5% van de vrouwen leidt tot tijdelijke hormoonstoornissen. Heb je antistoffen tegen je schildklier of eerder last gehad van postpartum thyroiditis, bespreek dan controle van je schildklierfunctie met je arts.
Verandert mijn gewicht en stofwisseling tijdens de overgang?
Tijdens de overgang verandert je lichaamssamenstelling ingrijpend: meer buikvet, minder spieren en een lagere verbranding in rust. Beweging en voeding helpen aantoonbaar, en bespreek hormoontherapie met je arts als aanvullende optie.
Wat doet de overgang met je risico op hart- en vaatziekten?
De overgang verhoogt je risico op hart- en vaatziekten aantoonbaar, vooral door ongunstige veranderingen in vet, cholesterol en bloeddruk. Heb je vroeg de overgang of overweeg je hormoontherapie, bespreek dan je persoonlijk risicoprofiel met je arts.
Waarom worden botten brozer na de overgang, en wat helpt daartegen?
Botontkalking na de overgang is goed te verklaren en deels te voorkomen: oestrogeentekort is de kern, maar goede voeding, bewegen, hormoontherapie en indien nodig botmedicatie bieden bewezen bescherming. Welke aanpak het beste bij jou past, bespreek je het best met je arts.