Wat doen kunstmatige zoetstoffen met je darmflora?
Of kunstmatige zoetstoffen je darmflora echt verstoren, is nog niet duidelijk: studies spreken elkaar tegen. Tot er meer zekerheid is, is matig gebruik verstandig en zijn ongezoete alternatieven de veiligste keuze.
Muisstudies, waaronder een bekende studie van het Weizmann Institute, laten zien dat kunstmatige zoetstoffen de samenstelling van de darmflora kunnen verstoren. In die experimenten ontwikkelden muizen na gebruik van zoetstoffen een slechter werkende bloedsuikerregulatie. Dit effect verdween zodra de dieren antibiotica kregen, en het was overdraagbaar via ontlastingstransplantaties naar bacterie-vrije muizen. Dat wijst erop dat de darmflora de schakel is, niet de zoetstof zelf. Bij een kleine groep mensen werd een vergelijkbaar patroon gezien, maar hoe groot dit effect is bij mensen blijft onduidelijk.
Aan de andere kant vond een kleine gerandomiseerde studie bij 17 gezonde volwassenen geen meetbare verandering in de darmflora of in de productie van vetzuren die darmbacteriën aanmaken, na veertien dagen gebruik van aspartaam of sucralose in hoge maar realistische hoeveelheden. Er is dus geen eenduidige uitkomst: de ene studie ziet wel een effect, de andere niet. Dat maakt het lastig om harde uitspraken te doen.
Verschillende overzichtsstudies signaleren dat zoetstoffen via de darmflora mogelijk bijdragen aan insulineresistentie en slechtere bloedsuikerregulatie. Welke zoetstoffen dat risico dragen en bij welke hoeveelheden, is nog niet opgehelderd. Sacharine, sucralose en acesulfaam-K worden het vaakst genoemd in dieronderzoek, maar vergelijkbaar bewijs bij mensen ontbreekt nog grotendeels.
Een groot bevolkingsonderzoek zag een verband tussen veel zoetstofgebruik en een hoger risico op hart- en vaatziekten, kanker en sterfte. Dat is een associatie, geen bewijs van een oorzakelijk verband: mensen die veel zoetstoffen gebruiken, kunnen op andere manieren ook ongezonder leven. Hetzelfde geldt voor verbanden met maagdarmklachten en leververvetting die uit observationeel onderzoek naar voren komen.
Gebaseerd op PMID 25231862, 33171964, 37111090, 36364710 en 39339762. De bevindingen lopen uiteen: dierstudies en een beperkte humane studie laten darmflora-effecten zien, terwijl een kleine RCT bij gezonde mensen geen effect vond. Geen consensus in de literatuur.