Verhoogt veel koffie drinken het risico op botbreuken?
Voor de meeste mensen lijkt koffie geen bewezen oorzaak van botbreuken te zijn, maar bij vrouwen die veel koffie drinken is enige voorzichtigheid redelijk; zorg dan zeker voor voldoende calcium en vitamine D in je voeding.
Uit een grote meta-analyse van meer dan 500.000 deelnemers bleek het risico op een heupbreuk bij koffiedrinkers nauwelijks anders dan bij mensen die weinig koffie drinken. Ook de botdichtheid verschilde niet meetbaar. Twee aparte studies die genetische varianten gebruikten om oorzakelijkheid te onderzoeken (een methode waarbij je minder last hebt van verstorende factoren zoals leefstijl) kwamen tot dezelfde conclusie: koffiedrinken heeft waarschijnlijk geen causaal effect op botdichtheid of het risico op breuken, bij mannen noch bij vrouwen.
Er is wel een kanttekening voor vrouwen. Eén grote umbrella-review, een samenvatting van meerdere meta-analyses, vond bij vrouwen een verband tussen hoge koffieconsumptie en een verhoogd breukrisico. Bij mannen ontbrak dat verband. Het gaat hier om een statistische samenhang, geen bewezen oorzaak-gevolgrelatie. Bovendien spreken andere grote analyses dit verband bij vrouwen tegen, dus het beeld is op dit punt verdeeld.
Op moleculair niveau zijn er aanwijzingen dat cafeïne botafbraak kan bevorderen door invloed op het calciummetabolisme. Maar in studies bij mensen vertaalt dit mechanisme zich niet eenduidig in meetbaar botverlies of meer breuken. Laboratoriumresultaten en wat er bij mensen daadwerkelijk gebeurt, lopen hier dus uiteen.
Overmatige koffieconsumptie wordt in enkele overzichtsartikelen wel genoemd als iets om op te letten bij het voorkomen van osteoporose, naast bewezen risicofactoren als roken, een vitamine D-tekort en weinig calcium in de voeding. Roken bleek in het genetisch onderzoek juist wél causaal gelinkt aan een hoger breukrisico; voor koffie werd dat niet gevonden. Er is geen specifieke drempelwaarde bekend waarboven koffie zeker schadelijk wordt voor je botten.
Bewijs gebaseerd op één umbrella review (PMID 29167102), één meta-analyse van 20 studies met >500.000 deelnemers (PMID 37374383), twee Mendeliaanse randomisatiestudies (PMID 31482193 en 40692555), en drie narratieve/mechanistische reviews (PMID 34981132, 34002830, 23871889). De causaliteitsvraag is het sterkst beantwoord door de genetische studies.