longevitywatch
← Terug

Is hormoontherapie bij de overgang veilig en zinvol?

Kort antwoord
Voor vrouwen met hinderlijke overgangsklachten is hormoontherapie de best onderbouwde behandeling, maar de afweging tussen baat en risico verschilt per persoon, toedieningsvorm en het moment van starten na de menopauze.
Hoe hard is dit?
Sterk bewijs
Gebaseerd op
8 studies · 2 meta-analyses
Belangrijkste conclusie

Het bewijs voor hormoontherapie bij overgangsklachten is sterk en consistent: opvliegers, nachtelijk zweten en botverlies zijn aantoonbaar te behandelen. De risico's, waaronder een verhoogd borstkankerrisico bij gecombineerde therapie en een verhoogd tromboserisico bij orale toediening, zijn reëel maar afhankelijk van de gekozen vorm en het tijdstip van starten. Transdermale toediening en starten kort na de menopauze geven een gunstiger risicoprofiel. Voor vrouwen die geen hormonen willen of kunnen gebruiken, zijn er bewezen alternatieven, al zijn die minder effectief tegen opvliegers; populaire middelen als kruidenpreparaten en acupunctuur halen de lat niet.

Laatst herzien: juni 2026

Hormoontherapie (HT) is de meest effectieve behandeling voor opvliegers en nachtelijk zweten, en dit is goed onderbouwd door meerdere sterke studies. Ook botverlies na de menopauze remt HT aantoonbaar, met een verlaagd risico op heupbreuken als gevolg. Slaapproblemen die samenhangen met opvliegers of nachtelijk zweten kunnen eveneens verbeteren. HT is daarmee uitsluitend bedoeld als klachtenbehandeling, niet als middel om hartziekten of andere chronische aandoeningen te voorkomen.

Het belangrijkste risico van gecombineerde oestrogeen-progestageen therapie, de meest gebruikte vorm bij vrouwen met een baarmoeder, is een verhoogd borstkankerrisico. In de grote WHI-studie was de kans op borstkanker met een factor 1,24 verhoogd tijdens gebruik, en bleef licht verhoogd na langdurige follow-up. Dit risico neemt toe bij gebruik langer dan drie tot vijf jaar. Vrouwen die na een baarmoederverwijdering alleen oestrogeen gebruiken, hebben dit risico niet: in diezelfde WHI-studie werd zelfs een licht verlagend effect op borstkanker gezien (hazard ratio 0,79), al was dat niet statistisch overtuigend.

Een ander serieus risico van orale HT is een verhoogde kans op veneuze trombose en longembolie. Dit geldt het sterkst voor de combinatie van oraal oestrogeen met een synthetisch progestageen. Transdermale oestrogenen, toegediend via pleister of gel, geven dit verhoogde tromboserisico niet, ook niet bij vrouwen die al een verhoogd basisrisico hebben. Voor wie een keuze maakt over de toedieningsvorm is dit een relevant praktisch verschil.

Het moment van starten met HT maakt aantoonbaar uit. Vrouwen die kort na de menopauze beginnen, rond de 50 tot 59 jaar, hebben gunstigere uitkomsten voor hartziekte en totale sterfte dan vrouwen die er pas veel later mee beginnen, meer dan tien jaar na de menopauze. Dit wordt het 'timing-effect' of 'window of opportunity' genoemd. Bij oudere vrouwen van 65 jaar en ouder die gecombineerde HT gebruikten, werd in de WHI-studie bovendien een verhoogd risico op dementie gevonden. Of dit ook geldt bij starten rond de menopauze is niet duidelijk.

Voor lokale klachten zoals vaginale droogheid, pijn bij gemeenschap en urineklachten, samen het genitourinaire syndroom van de menopauze (GSM), zijn laaggedoseerde vaginale oestrogenen de eerste keuze. Deze worden plaatselijk toegepast en hebben een veel gunstiger veiligheidsprofiel dan systemische HT. Voor vrouwen die geen oestrogenen willen, zijn vaginale DHEA (prasterone) en het orale middel ospemifeen bewezen werkzame alternatieven, al is het bewijs van lage tot matige kwaliteit.

Voor vrouwen die geen HT willen of mogen gebruiken vanwege een verhoogd risico, zijn bepaalde antidepressiva zoals paroxetine en venlafaxine, en gabapentine, bewezen alternatieven tegen opvliegers, al zijn ze minder effectief dan oestrogeen. Populaire middelen als yoga, acupunctuur, zwarte cohosh, kruidenpreparaten en omega-3-supplementen hebben geen consistent bewijs dat ze beter werken dan een placebo bij opvliegers.

Hoe hard is dit?

De claims zijn gebaseerd op meerdere richtlijnen en overzichtsstudies, waaronder data uit de Women's Health Initiative (WHI) en meerdere systematische reviews en meta-analyses (PMID 24084921, 33858012, 27929271, 41303580, 40488293, 32852449, 39250810, 32880197). De bewijskwaliteit varieert per uitkomst: sterk voor vasomotore klachten en borstkankerrisico bij gecombineerde HT, matig voor timing-effect, transdermaal oestrogeen en vaginale middelen.

Was dit een antwoord op je vraag?
Wekelijkse nieuwsbrief

De week in longevity, in je inbox

Elke zondag een selectie van het meest opvallende longevity-onderzoek. Geen hype, geen supplementen-advertenties.