Is er een relatie tussen veranderende lichaamsgeur en alzheimer?
Alzheimer tast het reukvermogen van de patiënt zelf vroegtijdig aan, maar of mensen met Alzheimer een andere lichaamsgeur krijgen die anderen kunnen ruiken, is niet onderzocht in de beschikbare studies.
Verminderd reukvermogen is een van de vroegste kenmerken van Alzheimer. Patiënten ruiken niet alleen minder scherp, ze herkennen en onthouden geuren ook slechter. Dit is goed gedocumenteerd en consistent gevonden in meerdere studies. Reuktests worden dan ook onderzocht als screeningsinstrument, waarbij iemand een reeks bekende geuren moet identificeren of onthouden.
De vraag die veel mensen stelt is anders: verandert de lichaamsgeur van iemand met Alzheimer zodat mensen om hen heen dat kunnen ruiken? Dat is niet wat de beschikbare studies onderzoeken. Het bewijs gaat uitsluitend over hoe de reukwaarneming van de patiënt zelf verslechtert, niet over een veranderde geur die de persoon uitstraalt.
Waarom verslechtert die reukwaarneming? Vermoedelijk speelt verlies van specifieke zenuwverbindingen in het limbisch systeem een rol. Dat deel van de hersenen is betrokken bij zowel reuk als geheugen, en is bij Alzheimer vroeg aangedaan. Dieronderzoek wijst ook op de mogelijke rol van hormonale veranderingen bij dit proces, maar die bevindingen gelden vooralsnog alleen in muismodellen.
Er zijn beperkte aanwijzingen dat herinneringen die door geuren worden opgeroepen bij Alzheimer-patiënten levendiger en specifieker zijn dan herinneringen zonder geurstimulus. Een kleine studie zag ook dat geurgestimuleerde herinneringen sneller kwamen. Dat opent een mogelijk pad voor geurbegeleide therapie in de dementiezorg, maar de studie omvatte slechts een handvol deelnemers, dus stevige conclusies zijn er nog niet te trekken.
Tot slot: verminderd reukvermogen op oudere leeftijd hangt ook samen met een hoger risico op depressieve klachten, en cognitieve achteruitgang lijkt daartussen een rol te spelen. Dat maakt reuk als signaal mogelijk breder bruikbaar, maar ook minder specifiek voor Alzheimer alleen.
Alle claims zijn gebaseerd op observationele studies, kleine klinische studies, een muismodel en een narratieve review. Geen RCT's beschikbaar. De sterke associatie tussen reukfunctieverlies en AD is het best gedocumenteerd (PMID 41143875). Overige bevindingen zijn beperkter van omvang.