Hoeveel impact heeft roken op je botdichtheid?
Roken verhoogt het risico op botontkalking en heupfracturen aanzienlijk; stoppen helpt, maar het duurt minstens tien jaar voordat je fractuurrisico merkbaar daalt.
Roken verdubbelt ruwweg de kans op osteoporose. Vergeleken met niet-rokers hebben rokers een circa 2,2 maal zo groot risico op osteoporose en een circa 70% hogere kans op osteopenie, een minder ernstige vorm van botdichtheidsverlies. Die verhoogde kans geldt ook nadat rekening is gehouden met andere factoren zoals leeftijd, geslacht en gewicht.
Hoe meer je rookt, hoe groter het effect. Onderzoek naar de concentratie van cotinine, een stof in het bloed die aangeeft hoeveel je rookt, laat zien dat het risico oploopt naarmate je meer rookt. Er is niet een simpele grens waarboven het gevaarlijk wordt, maar er zijn wel knikpunten in de data waarna het risico merkbaar springt.
Bij vrouwen die zwaar rookten, meer dan 15 sigaretten per dag, lag het risico op een heupfractuur 30% hoger dan bij niet-rokers. Bij lichte rokers was dat verhoogde risico niet aantoonbaar. Dat is een belangrijk onderscheid, want een heupfractuur heeft op oudere leeftijd grote gevolgen voor mobiliteit en zelfstandigheid.
Of dit echt een oorzakelijk verband is, wordt ondersteund door genetisch onderzoek. Een studie die genetische varianten als maatstaf voor rookgedrag gebruikte, vond dat de genetische aanleg om te roken ook het fractuurrisico verhoogt, los van andere leefstijlfactoren. Opvallend genoeg werd daarin geen direct effect op de meetbare botdichtheid gevonden, wat suggereert dat roken het fractuurrisico gedeeltelijk via andere wegen vergroot dan alleen botdichtheidsverlies.
Stoppen helpt, maar het duurt lang voordat je risico daalt. Voormalige rokers die minder dan tien jaar geleden zijn gestopt, hadden nog geen aantoonbaar lager heupfractuurrisico dan actieve rokers. Pas na tien jaar stoppen was het risico significant gedaald. Er zijn geen bewezen behandelingen die de botschade door roken gericht ongedaan maken, dus stoppen blijft de voornaamste maatregel.
Bewijs is gebaseerd op een meta-analyse van prospectieve cohortonderzoeken (heupfractuur bij vrouwen), een systematische review/meta-analyse (prenataal roken), meerdere reviews over osteoporose en mechanismen, en een Mendeliaanse randomisatiestudie. De associaties voor osteoporose en osteopenie steunen op cross-sectioneel onderzoek met grote aantallen; causale richting is aannemelijk maar niet via RCT bevestigd.