Veel zitten op zich is minder het probleem dan het lijkt: het verhoogde sterfterisico dat studies vinden bij mensen die de hele dag zitten, geldt vrijwel alleen voor wie ook weinig beweegt. Wie voldoende actief is, compenseert dat zitgedrag grotendeels of volledig. De grens waarbij zitten risicovol wordt ligt ergens rond 6 tot 8 uur per dag, maar dat cijfer is gebaseerd op zelfrapportages en grote gemiddelden, dus neem het als richtlijn, niet als harde streep.
De grootste stap die je kunt zetten is de overstap van heel weinig naar matig bewegen. Meerdere grote analyses wijzen erop dat je rond de 6.000 tot 7.000 stappen per dag al het grootste deel van het voordeel binnenpakt vergeleken met iemand die maar 2.000 stappen zet, wat neerkomt op een substantieel verschil in vroegsterfte in die onderzoeken. Of het voordeel daarna afvlakt of lineair doorgaat tot hogere aantallen is nog niet helemaal uitgekristalliseerd, maar voor de meeste mensen is het eerste doel gewoon: regelmaat bouwen.
Concreet betekent dit: als je nu weinig beweegt, is elke stap richting een dagelijkse routine van gematigd wandelen, fietsen of vergelijkbaar de meest renderende investering die je kunt doen. Het bewijs hiervoor is consistent over meerdere analyses heen en geldt voor volwassenen in het algemeen. De associatie met de uitkomst is groot genoeg dat causaliteit aannemelijk is, ook al kan observationeel onderzoek dat nooit waterdicht bewijzen. Een stappenteller of horloge kan helpen om te zien waar je nu staat en of je de goede kant op beweegt.
Overzicht over meerdere factoren (2 onderzoeksrecords, 6 bronnen). De bewijssterkte verschilt per onderdeel , lees het antwoord voor de nuance.