Begint alzheimer tientallen jaren voor de diagnose?
Ja, de biologische veranderingen bij Alzheimer beginnen gemiddeld zo'n twintig jaar voor de diagnose, maar klachten komen pas veel later. Vroege opsporing via bloedtests wordt steeds beter mogelijk, al is het nog onduidelijk of vroeg ingrijpen de ziekte ook echt kan stoppen.
De biologische veranderingen bij Alzheimer beginnen al zo'n twintig jaar voor de eerste klachten. Het eerst meetbare signaal is een ophoping van het eiwit amyloid in de hersenen. Dat proces is gemiddeld al zeventien jaar gaande voordat iemand de diagnose dementie krijgt. Pas daarna, en in vaste volgorde, worden tau-eiwitten in bloed en hersenvocht afwijkend, treedt er hersenatrofie op, en raken cognitieve functies zichtbaar aangetast. Geheugenproblemen die de persoon zelf of omgeving opmerkt, verschijnen gemiddeld pas drie jaar vóór de officiële diagnose.
Die volgorde is vrij consistent in onderzoek. Het begint met afwijkende eiwitwaarden in hersenvocht, dan een positieve amyloid-scan, dan tau-afwijkingen in bloed en hersenvocht (één tot drie jaar later), en pas veertien tot zestien jaar na de eerste positieve amyloid-scan is er aantoonbaar zichtbaar verlies van hersenweefsel. De zogenoemde stille fase, zonder enige klacht maar met al meetbare afwijkingen, duurt zeven tot elf jaar.
Een bloedtest voor een specifiek tau-eiwit (fosfo-tau), gecombineerd met een kort geheugenonderzoek en een erfelijkheidsfactor (APOE-genotype), kan bij mensen met milde klachten vrij nauwkeurig voorspellen of iemand binnen twee tot zes jaar Alzheimer-dementie zal ontwikkelen. Deze bloedtest presteerde aanzienlijk beter dan de inschatting van geheugenspecialisten. Dat maakt vroege opsporing steeds realistischer.
Of je iets aan die vroege fase kunt doen, is de grote openstaande vraag. Het idee is dat ingrijpen vóórdat hersenschade zichtbaar is de beste kans biedt om de ziekte te vertragen of te voorkomen. Grote klinische studies bij mensen zonder klachten maar met positieve amyloid-biomarkers lopen nog; definitieve resultaten zijn er nog niet. Vasculaire risicofactoren zoals hoge bloeddruk en diabetes, én leefstijlfactoren zoals beweging, hangen samen met het Alzheimer-risico, maar of actief ingrijpen daarop de ziekte écht voorkomt, is nog niet hard aangetoond.
Dit antwoord steunt op meerdere grote reviews en langdurige biomarkerstudies waarbij mensen jarenlang gevolgd zijn, deels ook bij mensen met een erfelijke vorm van Alzheimer. De tijdlijn van biomarkers (amyloid, tau, hersenatrofie) is herhaaldelijk in onafhankelijk onderzoek teruggevonden en geldt als goed onderbouwd. De conclusie over vroege behandeling rust op lopende studies waarvan de uitkomsten nog niet beschikbaar zijn; dat deel van het bewijs is dun. Het verband met leefstijl en vasculaire factoren is gebaseerd op onderzoek dat alleen samenhang meet, geen oorzaak en gevolg.
Kan Magnetische Resonantie Spectroscopie (MRS) Alzheimer vroeg opsporen?
MRS kan hersenafwijkingen bij vroeg Alzheimer signaleren, maar is nog niet klaar voor gebruik als zelfstandig diagnostisch middel. Als aanvulling op PET-scan en andere biomarkers is de techniek veelbelovend, maar voor je er als patiënt iets aan hebt, zijn grotere gestandaardiseerde studies nodig.
Is er een verband tussen mondbacteriën en de ontwikkeling van alzheimer?
Er is een consistent verband tussen mondbacteriën en alzheimer, maar een bewezen oorzaak-gevolgrelatie bij mensen ontbreekt nog. Goede mondverzorging is verstandig, maar verwacht er geen bewezen bescherming tegen alzheimer van.
Is er een relatie tussen veranderende lichaamsgeur en alzheimer?
Riekverlies is een goed gedocumenteerd vroeg verschijnsel bij Alzheimer, en veranderingen in de lichaamsgeur worden onderzocht als mogelijke marker, maar een klinisch bruikbare 'geurstest' voor Alzheimer bestaat nog niet.
Veroudert je brein sneller dan de rest van je lichaam?
Of jouw brein sneller veroudert dan de rest van je lichaam verschilt per persoon, maar de gevolgen zijn groot: een biologisch oud brein vergroot het Alzheimer-risico ruim drie keer. Laat je bloeddruk, slaap en leefstijl controleren, want die beïnvloeden hersenveroudering het meest aantoonbaar.
Krijg ik eerder dementie als ik slecht hoor?
Slecht horen hangt samen met een bescheiden maar reëel verhoogd dementierisico. Laat gehoorverlies tijdig onderzoeken en behandelen, maar reken niet automatisch op directe bescherming tegen dementie door een hoortoestel.