Kan Magnetische Resonantie Spectroscopie (MRS) Alzheimer vroeg opsporen?
MRS kan vroege tekenen van Alzheimer opsporen, ook voordat een gewone hersenscan afwijkingen laat zien, maar werkt het betrouwbaarst als aanvulling op andere onderzoeken zoals hersenvocht-analyse of PET-scan.
NAA (een stof die aangeeft hoe gezond hersencellen zijn) daalt bij Alzheimer, terwijl myo-inositol (een marker voor ontsteking en celverlies) stijgt. Een meta-analyse van tientallen studies bevestigt dat deze veranderingen al meetbaar zijn bij milde cognitieve klachten (MCI), voordat de ziekte volledig is uitgebroken. De hippocampus laat de sterkste afwijkingen zien, en de veranderingen worden ernstiger naarmate de ziekte vordert.
In de posterior cingulate cortex, een hersengebied dat vroeg aangedaan is bij Alzheimer, is de verhouding tussen NAA en myo-inositol een bruikbare maatstaf. Deze ratio onderscheidt Alzheimer betrouwbaar van vasculaire dementie en van gezonde hersenen. MRS kan daarbij veranderingen oppikken die nog niet zichtbaar zijn op een gewone hersenscan. De gevoeligheid is hoog, maar de specificiteit is matig: niet iedereen met een afwijkende meting heeft Alzheimer.
MRS heeft ook potentieel om twee vormen van dementie die klinisch sterk op elkaar lijken uit elkaar te houden. In een kleine studie van 57 MCI-patiënten bleek de NAA/creatine-ratio in de posterior cingulate cortex Alzheimer te onderscheiden van dementie met Lewy-lichaampjes, met een redelijk goede diagnostische nauwkeurigheid. Maar de groep was klein (slechts 10 patiënten met Lewy-lichaampjes), dus dit resultaat vraagt om bevestiging in grotere studies.
MRS werkt het beste als onderdeel van een bredere diagnostische werkup. Gecombineerd met hersenvocht-eiwitten (amyloïd en tau), structurele MRI en PET-scanning neemt de diagnostische zekerheid toe. Solo-gebruik van MRS is onvoldoende onderbouwd voor klinische diagnose. Als PET-scan aan de mix wordt toegevoegd, stijgt ook de stralingsdosis, wat extra afweging vraagt bij kwetsbare patiënten.
AI-modellen getraind op MRS-data haalden in een kleine interne studie van 111 patiënten een classificatienauwkeurigheid van 95%. Dit klinkt indrukwekkend, maar externe validatie op onafhankelijke patiëntengroepen ontbreekt volledig. Zulke resultaten zijn voorlopig.
Gebaseerd op één meta-analyse (PMID 34751136) en meerdere observationele diagnostische studies. Geen gerandomiseerde studies (niet van toepassing bij diagnostische technieken). De bewijskracht voor de diagnostische waarde van MRS als aanvullend instrument is redelijk; als zelfstandig instrument is ze beperkt.