Wat is het verschil tussen langer leven en langer gezónd leven (healthspan)?
Healthspan en lifespan zijn twee aparte dingen: je kunt lang leven maar toch jaren verloren laten gaan aan ziekte en achteruitgang. Caloriebeperking en vasten hebben de beste onderbouwing om beide te verbeteren; voor supplementen als NMN is het bewijs bij mensen nog te beperkt voor harde aanbevelingen.
Lifespan is het totale aantal jaren dat je leeft; healthspan is de periode daarbinnen waarin je gezond en functioneel bent. Die twee lopen meetbaar uit elkaar. Onderzoek naar biologische veroudering laat zien dat iemand kalenderleeftijd 50 kan hebben maar biologisch al dichter bij 65 zitten, met een navenant hogere kans op vroege sterfte, kanker, verminderd lichamelijk functioneren en Alzheimer. Omgekeerd kan iemand biologisch jonger zijn dan zijn paspoort zegt. Langer leven zonder die gezonde jaren erbij is uitdrukkelijk níet het doel van modern verouderingsonderzoek.
Waarom loopt healthspan eerder af dan lifespan? Twee processen spelen een centrale rol. Ten eerste stapelen cellen die verouderd zijn en niet meer delen zich op in weefsels. Ze sterven niet af, maar scheiden wél voortdurend ontstekingsstoffen uit die omliggend weefsel beschadigen en ziekten aanjagen. Ten tweede verzwakt het interne opruimsysteem van cellen, dat beschadigd materiaal afbreekt en recyclet. Als dat systeem minder goed werkt, hopen beschadigde eiwitten en celonderdelen zich op. Beide processen tasten de kwaliteit van leven aan lang voordat ze dodelijk worden.
Wat kun je eraan doen? Caloriebeperking met voldoende voeding is de best onderbouwde aanpak: bij knaagdieren en primaten verlengt het zowel de gezonde als de totale levensduur, onder andere door bovengenoemde opruimprocessen te activeren. Intermitterend vasten heeft vergelijkbare mechanistische effecten en lijkt veilig, al is het bewijs bij mensen op levensduurverlenging nog niet rond. Darmflora speelt ook een rol: bij muizen met versnelde veroudering verbeterde een transplantatie van gezonde darmbacteriën de gezondheid en levensduur, maar dat is nog niet vertaald naar gewone mensen.
NMN-supplementen (een bouwstof voor NAD+, een stof die cellen nodig hebben voor energie en herstel) zijn populair, maar het bewijs is voorlopig. In een kleine RCT van 80 middelbare volwassenen over 60 dagen stegen NAD-spiegels bij alle doses, verbeterde de loopafstand en rapporteerden deelnemers betere gezondheid. De studie was kort, de groep klein, en één auteur was in dienst van de fabrikant. Dat laatste doet geen afbreuk aan de bevindingen als zodanig, maar vraagt om terughoudendheid totdat grotere onafhankelijke studies dit bevestigen. Senolytica, middelen die versleten cellen opruimen, lijken veelbelovend in diermodellen, maar klinisch bewijs bij mensen is er nog nauwelijks.
Claims gebaseerd op negen bronnen (PMID 29676998, 31292558, 34518687, 35310455, 31332389, 34563704, 35015337, 36482258). Het mechanistische en dierpreclinische bewijs is consistent; humaan interventie-bewijs is beperkt tot schaarse kleine RCT's en observationele studies.