Healthspan en lifespan lopen biologisch uiteen: wie lang leeft, leeft niet automatisch gezond oud. Het onderzoek naar aanpakken die specifiek de gezonde levensfase verlengen, is volop in beweging maar staat grotendeels nog in de fase van diermodellen en kleine humane studies. Dieetbeperking en vasten hebben de beste onderbouwing bij mensen; veelbesproken middelen zoals NMN zijn vooralsnog te beperkt onderzocht voor harde conclusies.
Lifespan en healthspan meten twee verschillende dingen. Lifespan is simpelweg hoe lang iemand leeft, gemeten in jaren. Healthspan is hoe lang iemand gezond leeft, dus zonder ernstige chronische ziekten, met goed lichamelijk en cognitief functioneren. Beide begrippen lopen in de praktijk lang niet altijd gelijk op: wie oud wordt, leeft niet automatisch ook gezond oud. Verouderingsonderzoekers benadrukken dit onderscheid steeds nadrukkelijker, en nieuwe interventies richten zich dan ook primair op het verlengen van de gezonde periode in plaats van het louter optellen van levensjaren.
Dat de twee begrippen uiteenlopen, blijkt al uit hoe biologische veroudering wordt gemeten. Een epigenetische biomarker, die meet hoe snel het lichaam biologisch veroudert los van de kalenderleeftijd, voorspelt risico op sterfte, kanker, verminderd fysiek functioneren en Alzheimer beter dan de kalenderleeftijd alleen. Met andere woorden: twee mensen van dezelfde leeftijd kunnen biologisch sterk van elkaar verschillen, en dat verschil vertaalt zich in gezondheid, niet alleen in overleving.
Cellulaire veroudering is een van de mechanismen achter dat uiteenlopen. Naarmate mensen ouder worden, hopen zogenaamde 'senescente cellen' zich op: cellen die niet meer delen maar wel voortdurend ontstekingsbevorderende stoffen uitscheiden. Dit leidt tot chronische laaggradige ontsteking en weefselbeschadiging, wat de gezondheid aantast zonder het leven per se veel korter te maken. Een vergelijkbaar mechanisme speelt bij autofagie, het celreinigingsproces waarbij beschadigde eiwitten worden afgebroken: dit proces verzwakt met de leeftijd, wat bijdraagt aan functieverlies zonder dat levensduur direct verkort.
Dieetbeperking met behoud van voldoende voeding is tot nu toe de best onderbouwde aanpak om zowel healthspan als lifespan te verlengen. Dat is aangetoond in meerdere diersoorten, waaronder knaagdieren en apen. Bij mensen zijn er aanwijzingen voor vergelijkbare fysiologische effecten, maar direct bewijs dat het ook het mensenleven verlengt, ontbreekt nog. Vasten in kortere periodes (12 tot 48 uur herhaaldelijk, of 2 tot 7 dagen per maand) laat in humane studies positieve effecten zien op risicofactoren voor kanker, hart- en vaatziekten, neurodegeneratie en stofwisselingsziekten, en werkt deels via de stimulering van autofagie. Bijwerkingen bij langer vasten zijn mogelijk en verdienen aandacht.
Veelbelovende aanwijzingen komen ook uit darmmicrobioomonderzoek en uit studies met senolytica. In muismodellen van versnelde veroudering verbeterde een microbioomtransplantatie van gezonde muizen de gezondheid en levensduur aanzienlijk, ook als alleen de bacterie Akkermansia muciniphila werd toegediend. Geneesmiddelen die senescente cellen opruimen of hun schadelijke uitscheiding remmen, verlengen in diermodellen de gezonde levensfase. Beide benaderingen staan echter nog vroeg in het onderzoek bij mensen. Tot slot is NMN-suppletie (300 tot 900 mg per dag) getest in een kleine RCT van 80 deelnemers over 60 dagen: fysieke prestaties en zelfgerapporteerde gezondheid verbeterden, maar het gaat om een kortdurende kleine studie met gedeeltelijke industriefinanciering, en of dit op de lange termijn echte healthspan-winst oplevert, is nog onbekend.
Claims zijn gebaseerd op meerdere publicaties (PMID 29676998, 31292558, 34518687, 35310455, 31332389, 35015337, 34563704, 36482258). De meeste bevindingen over mechanismen en interventies komen uit diermodellen of kleine humane studies. Dieetbeperking heeft de breedste basis. NMN-data zijn beperkt in duur en steekproefgrootte, met commercieel belang. Geen grote gerandomiseerde trials over echte healthspan op lange termijn bij mensen beschikbaar.