Wat is het verband tussen schildklier en afweer?
De schildklier en het immuunsysteem zijn nauw verweven: ontregelde T-afweercellen veroorzaken de meest voorkomende schildklierziekten, en selenium-suppletie kan bij Hashimoto de afweerreactie meetbaar temperen, al is begeleiding door je arts daarbij verstandig.
Bij auto-immuun schildklierziekten valt het eigen immuunsysteem de schildklier aan. De twee bekendste vormen zijn de ziekte van Hashimoto, waarbij de schildklier langzaam wordt vernield en te traag gaat werken, en de ziekte van Graves, waarbij de schildklier juist overactief wordt. Beide ziekten worden aangedreven door T-afweercellen die in het schildklierweefsel binnendringen.
Hoe dat aanvalsproces werkt is goed in kaart gebracht. Bepaalde T-afweercellen (Th1 en Th17) produceren ontstekingsbevorderende stoffen die de ontsteking in de schildklier oppeppen en zichzelf verder versterken. Tegelijkertijd nemen de regulerende T-cellen af, de rem op het immuunsysteem. Dat verstoorde evenwicht drijft de ziekte verder aan. Genetische aanleg speelt een duidelijke rol, maar er zijn ook omgevingsfactoren die het risico vergroten: een tekort aan vitamine D, selenium, zink of magnesium, infecties, chronische stress, roken en een verstoorde darmflora.
Van al die omgevingsfactoren is selenium het best onderzocht als middel om iets aan te doen. In een gerandomiseerde studie bij 90 patiënten met Hashimoto daalde na zes maanden selenium-suppletie de hoeveelheid schildklierantilichamen meetbaar, en het aandeel regulerende T-cellen steeg. Patiënten met een vroeg stadium van de ziekte leken er het meest van te profiteren. Voor de andere tekorten (zink, magnesium, vitamine D) is de samenhang met ziekte-activiteit wel zichtbaar, maar of aanvullen ook écht helpt is voor de meeste ervan nog niet overtuigend aangetoond.
Mensen met een auto-immuun schildklierziekte hebben ook een verhoogd risico op andere auto-immuunaandoeningen, zoals reumatoïde artritis, lupus of het syndroom van Sjögren. Er is ook een geobserveerd verband met papillair schildklierkanker. Dat betekent dat regelmatige controle op schildkliernoduli en andere auto-immuunklachten zinvol is.
De relatie tussen de darmflora en schildklierauto-immuniteit wordt onderzocht. Een verstoorde darmflora lijkt de T-celbalans nadelig te beïnvloeden, en schildklierhormonen beïnvloeden op hun beurt de darmflora. Oorzaak en gevolg zijn bij mensen nog niet uitgeklaard, dus concrete adviezen over probiotica of voeding voor de schildklier zijn voorbarig.
Vijf PMID's met matig tot sterk bewijs over auto-immuun schildklierziekten; één kleine RCT over selenium (n=90); één vroege observationele studie over darmflora; één vroeg weefselbiopten-onderzoek over schildklierkanker en immuunontwijking.