Meerdere humane studies en voedingsrichtlijnen wijzen in dezelfde richting: voldoende eiwitinname is op latere leeftijd waarschijnlijk gunstig voor de afweer en helpt kwetsbaarheid te voorkomen. Het onderzoek is echter nog niet op het niveau van grote gerandomiseerde trials die het immuuneffect als primair eindpunt meten. Praktisch betekent dit dat ouderen 1,0-1,2 g eiwit per kg lichaamsgewicht per dag nastreven, verdeeld over de maaltijden, via gewone voeding in plaats van aminozuursupplementen.
Voldoende eiwit eten lijkt op latere leeftijd inderdaad een positieve rol te spelen voor de afweer. Meerdere studies onderschrijven dat ouderen minimaal 1,0 tot 1,2 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht per dag nodig hebben, mede om het verouderingsproces van het immuunsysteem (ook wel immunosenescence genoemd) af te remmen. Bij chronische ziekte loopt die aanbeveling op naar 1,2 tot 1,5 gram per kilogram, en bij ernstige ziekte of ondervoeding zelfs tot 2,0 gram per kilogram per dag.
In de praktijk eet een groot deel van de ouderen te weinig eiwit. Van de Amerikanen boven de 71 jaar haalt 30% van de mannen en maar liefst 50% van de vrouwen de aanbevolen hoeveelheid niet. Verminderde eetlust, tandverlies, veranderingen in de darmfunctie, financiële zorgen en sociale isolatie spelen daarin allemaal een rol. Dit tekort is relevant, omdat een goede voedingsstatus direct van invloed is op het voorkomen van kwetsbaarheid en op de chronische laaggradige ontsteking die kenmerkend is voor ouder worden.
Niet alleen de totale hoeveelheid eiwit per dag telt, maar ook hoe je die over de dag verspreidt. Een gelijkmatige verdeling van 25 tot 30 gram eiwit per maaltijd blijkt bij ouderen voldoende om de aanmaak van spiereiwitten te maximaliseren. Wie dat wil optimaliseren, kan daar eventueel een extra portie van 40 gram eiwit vlak voor het slapengaan aan toevoegen, wat de benutting van aminozuren verder kan verbeteren.
Losse aminozuursupplementen zijn geen risicovrij alternatief voor eiwitrijke voeding. Hogere doses kunnen de nieren belasten, de ammoniakproductie verhogen en maag-darmklachten veroorzaken. Bij ouderen, en zeker bij mensen met diabetes of leveraandoeningen, zijn de risico's mogelijk groter. Het onderzoek naar de langetermijngevolgen van hoge aminozuurdoses is nog onvoldoende om hierover harde uitspraken te doen. Gewone, eiwitrijke voeding blijft de veiligste keuze.
Het bewijs voor de relatie tussen eiwitinname en immuunfunctie op latere leeftijd is gebaseerd op meerdere humane studies en richtlijnen, maar grootschalige gerandomiseerde klinische studies die het immuuneffect specifiek meten zijn schaars. De aanbevelingen zijn daarmee stevig genoeg voor praktische toepassing, maar geen definitief bewijs. Het bredere plaatje is wel consistent: wie als oudere de eiwitinname op peil houdt, ondersteunt tegelijk spieren, immuunsysteem en algehele weerbaarheid.
Alle claims zijn gebaseerd op PMID 40806046 (richtlijnen en populatiegegevens over eiwitinname bij ouderen), PMID 35219904 (voedingsstatus en immuunfunctie/frailty) en PMID 35043647 (risico's van aminozuursupplementen). Er zijn geen grote onafhankelijke RCT's aangeleverd die het immuuneffect direct meten; de bewijssterkte is voor de meeste claims "moderate".