Wat doet je schildklier met je stofwisseling en energie?
Een goed werkende schildklier bepaalt rechtstreeks je energieverbruik, gewicht en cholesterol. Heb je last van aanhoudende vermoeidheid, kouwelijkheid of onverklaard gewichtstoename? Dan is het zinvol om je huisarts om een bloedtest te vragen.
Je schildklier maakt twee hormonen: T4 en T3. T4 is de opslagvorm; in weefsels zoals spieren wordt het omgezet naar het actieve T3. T3 is een van de grootste aanjagers van je rustmetabolisme: het bepaalt hoeveel energie je cellen verbranden terwijl je niets doet. Te weinig T3 verlaagt je energieverbruik meetbaar. Je merkt dat als vermoeidheid, kouwelijkheid en gewichtstoename1,2,3.
Het enzym dat T4 naar T3 omzet, speelt ook een rol bij warmteproductie bij kou. In bruin vetweefsel en spieren kan het de plaatselijke T3-beschikbaarheid verhogen, waardoor extra warmte vrijkomt. Bij pasgeborenen en kleine zoogdieren is dat goed aangetoond. Bij volwassen mensen is bruin vetweefsel beperkt aanwezig en spelen spieren waarschijnlijk een grotere rol. Hoe groot dit effect in het dagelijks leven is, is nog niet volledig duidelijk1,4.
T3 stuurt ook de vetstofwisseling: zowel vetafbraak als vetopslag, én via de lever de aanmaak en afvoer van cholesterol. Dat verklaart waarom mensen met een trage schildklier (hypothyreoïdie) doorgaans een verhoogd cholesterol hebben1,2.
De schildklier werkt niet alleen. De hersenen sturen via twee tussenstations de schildklier aan om T3 en T4 te maken. Bij langdurig vasten of zware stress daalt die activiteit. Ook het eetlustcentrum in de hersenen reageert op schildklierhormonen, maar hoe groot dat effect bij mensen in de praktijk is, is nog onvoldoende onderzocht5,6,1,2.
Zelfs een milde, klachtenarme onderactiviteit waarbij je bloedwaarden al licht afwijken, kan je rustmetabolisme verlagen en zo bijdragen aan gewichtstoename. Omgekeerd kan overgewicht via ontstekingsstoffen uit vetweefsel de schildklierfunctie verstoren. Het is dus geen simpele eenrichtingsweg2. Tot slot onderzocht één kleine studie met 28 mensen het AIP-dieet bij de auto-immuunziekte van Hashimoto. Klachten en gewicht verbeterden, maar de resultaten waren tegenstrijdig. De studie is te klein om er praktische adviezen op te baseren7.
Drie bronnen zijn overzichtsartikelen over schildklierhormoonfysiologie (PMID 24692351, 34574358, 4363889). De overige zijn mechanistische studies of een kleine interventiestudie (n=28). Er zijn geen grote gerandomiseerde trials of meta-analyses. De basale fysiologie rond T3, T4 en rustmetabolisme is goed onderbouwd. De invloed op eetlust en de rol van het T4-naar-T3-omzettende enzym bij volwassen mensen zijn minder zeker.