Waarom worden ouderen sneller ernstig ziek van een infectie?
Ouderen worden sneller ernstig ziek van infecties omdat hun immuunsysteem structureel trager en minder krachtig reageert, terwijl sluimerende ontsteking, onderliggende ziekten en voedingstekorten dat effect versterken. Vaccinatie helpt, al is de bescherming bij ouderen kleiner dan bij jongere mensen.
Het immuunsysteem verandert structureel met het ouder worden, een verschijnsel dat immunosenescence heet. Zowel de eerste verdedigingslinie (aangeboren immuniteit) als de langetermijngeheugenrespons (verworven immuniteit) raken aangetast. B- en T-cellen, de cellen die antistoffen maken en virussen herkennen, werken minder goed en bouwen na vaccinatie ook minder bescherming op. Bij influenzavaccinatie zien we dit duidelijk: ouderen reageren zwakker dan jongere volwassenen.
Naast een verzwakte afweer speelt bij veel ouderen ook een tegengesteld fenomeen: inflammageing. Dit is een sluimerende, chronische laaggradige ontsteking die al aanwezig is vóór de infectie. Bij SARS-CoV-2 bleek die achtergrondontsteking de reactie op het virus flink te verstoren. Opvallend: dit patroon is niet exclusief voor oudere mensen. Jongere mensen die in hun leven al veel infecties hebben doorgemaakt, kunnen een vergelijkbaar immuunprofiel hebben.
Er is ook een cellulair mechanisme ontdekt dat specifiek bij influenza een rol speelt. Bij veroudering stijgt het gehalte van een eiwit (ApoD) in longen en bloed. Tijdens influenza-infectie verstoort dit eiwit de energiefabrieken van cellen (mitochondriën) en remt het de vroege alarmsignalen die het lichaam gebruikt om virussen te stoppen. In muizenonderzoek en verouderde menselijke cellen leidde dit tot slechtere infectiebeheersing, maar of dit mechanisme bij oudere mensen in de kliniek even zwaar weegt, is nog niet direct bewezen.
Immuunveroudering is bovendien niet de enige verklaring. Bij ernstig zieke ouderen in verpleeghuizen bleken onderliggende hart- en hersenziekten en medische hulpmiddelen zoals een blaaskatheter minstens zo belangrijke voorspellers van ziekenhuisopname en sterfte. En het virus RSV, dat de meeste mensen als onschuldige verkoudheid ervaren, veroorzaakt bij ouderen regelmatig ernstige luchtweginfecties, mede omdat de afweer na eerdere RSV-infecties maar kort aanhoudt.
Voedingstekorten, die vaker voorkomen naarmate mensen ouder worden, kunnen de immuunfunctie verder ondermijnen. Denk aan tekorten aan eiwitten, vitamine A, E en B6. Dit bewijs komt grotendeels uit dieronderzoek en specifieke patiëntengroepen; hoe groot dit effect is bij gezonde ouderen is minder zeker.
De claims zijn gebaseerd op meerdere studies met moderate bewijssterkte (immunosenescence, inflammageing, RSV) en enkele beperktere studies (ApoD-mechanisme in muizen/celkweek, COVID-immuuncelafwijkingen in 7 patiënten, voedingstekorten grotendeels uit dieronderzoek). Geen grote gerandomiseerde trials; de causale verbanden zijn grotendeels aannemelijk maar niet altijd bewezen.