Verhoogt een helicobacterbesmetting in je maag je kans op maagkanker?
Een H. pylori-besmetting verhoogt je kans op maagkanker aantoonbaar, maar het risico voor de individuele persoon blijft beperkt. Laat je testen als je er nog niet van af bent, en bespreek behandeling met je arts.
Ja, een besmetting met de maagbacterie Helicobacter pylori verhoogt je kans op maagkanker aantoonbaar. De bacterie is officieel aangemerkt als een bewezen kankerverwekkende stof, en wordt beschouwd als de grootste bekende risicofactor voor maagkanker. Toch is het risico voor de individuele persoon kleiner dan je misschien verwacht: van alle besmette mensen ontwikkelt uiteindelijk zo'n 2% daadwerkelijk maagkanker, en nog eens zo'n 20% krijgt voorstadia van kanker. Meer dan de helft van de wereldbevolking draagt de bacterie bij zich.
Of je kanker krijgt, hangt sterk af van het type bacterie. Stammen met bepaalde eiwitten, met name CagA en VacA, zijn gevaarlijker dan stammen zonder die eiwitten. Naast het type bacterie spelen ook je erfelijke aanleg en omgevingsfactoren mee. Iemand met een agressieve bacteriestam en ongunstige genetische aanleg heeft dus een beduidend hoger persoonlijk risico dan iemand met een mildere stam.
Het goede nieuws: de bacterie uitroeien met antibiotica werkt. Grote studies bij tienduizenden mensen laten zien dat wie succesvol behandeld wordt, bijna de helft minder kans heeft op maagkanker dan wie onbehandeld blijft. Dit geldt ook voor mensen van 70 jaar en ouder, en hoe eerder je behandeld wordt, hoe groter het voordeel. Behandeling heeft zelfs zin nadat vroeg maagkanker al is weggehaald, om terugkeer te voorkomen.
Een complicatie is dat H. pylori in toenemende mate resistent is tegen de gebruikelijke antibiotica. Standaardtherapieën slaan daardoor lang niet altijd aan. Als je behandeld wordt voor een H. pylori-infectie en klachten aanhouden, is het verstandig te vragen of de bacterie ook daadwerkelijk verdwenen is.
Gebaseerd op meerdere grote studies en meta-analyses, waaronder een meta-analyse van 24 studies (48.064 personen) en een Koreaanse populatiestudie van ruim 916.000 personen. De classificatie als klasse I-carcinogeen is afkomstig van de International Agency for Research on Cancer.