Moet je koper bijnemen als je veel zink slikt?
Wie langdurig meer dan 25-40 mg zink per dag slikt, loopt een reëel risico op kopergebrek met soms ernstige gevolgen. Laat je bloedwaarden controleren en bespreek hoge zinkdoses altijd met je arts.
Zink en koper concurreren om dezelfde opnameroutes in de darmwand. Als je veel zink slikt, blokkeert dat de opname van koper. Dit is geen theoretisch risico: bij doses van 100 tot 300 mg zink per dag zijn bloedarmoede en een tekort aan witte bloedcellen (neutropenie) door kopergebrek aantoonbaar vastgesteld. Dat is ver boven de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van 15 mg, maar veel supplementen die online worden verkocht zitten al snel in een risicozone.
De Europese voedselveiligheidsautoriteit hanteert 25 mg per dag als veilige bovengrens; de Amerikaanse voedsel- en warenautoriteit gaat uit van 40 mg per dag. Gebruik je langdurig zink boven die grenzen, dan neemt het risico op kopergebrek toe. Zelfs bij lagere maar nog steeds bovenmatige doses zijn er voorlopige aanwijzingen dat de koper- en ijzerbenutting verslechtert en het 'goede' HDL-cholesterol daalt. Dat bewijs is minder zeker, maar het maakt voorzichtigheid op z'n plaats.
Kopergebrek door zink wordt in de praktijk vaak niet herkend. Schots laboratoriumonderzoek liet zien dat bij de helft van de bevestigde gevallen de diagnose nog niet gesteld was. Dat is zorgwekkend, want de gevolgen kunnen ernstig zijn. Een ernstige aandoening van het ruggenmerg kan ontstaan bij langdurig kopergebrek. Bloedarmoede en neutropenie zijn gelukkig volledig te herstellen binnen vier tot twaalf weken na koperaanvulling, maar neurologische schade is slechts gedeeltelijk terug te draaien.
Praktisch gezien: als je dagelijks meer dan 25 mg zink slikt, is het verstandig om koper in de gaten te houden. Extra koper erbij is niet altijd de oplossing zolang er nog veel zink aanwezig is, omdat ook dan de concurrentie in de darm speelt. Bespreek langdurig gebruik van hoge zinkdoses altijd met je arts, zodat je bloedwaarden (koper, bloedbeeld) regelmatig worden gecontroleerd.
Gebaseerd op reviews, een Schots laboratoriumonderzoek en casusbeschrijvingen. Er zijn geen gerandomiseerde trials met opzettelijke koperdeficiëntie (om ethische redenen), maar het mechanisme en de klinische gevallen zijn goed gedocumenteerd.