Is zink zinvol voor mijn afweer?
Zink is zinvol voor uw afweer als u een tekort heeft of tot een risicogroep behoort zoals ouderen of ernstig ondervoede mensen; bij verkoudheid kan een dosering tot 30 mg per dag de klachten verkorten, maar hoge doses zonder aanleiding zijn eerder schadelijk dan nuttig.
Zink is onmisbaar voor vrijwel alle typen afweercellen. Monocyten, natural killer cellen, neutrofielen, T-cellen en B-cellen functioneren allemaal slechter zodra het zinkniveau daalt, en B-cellen sterven bij een tekort in verhoogde mate af (apoptose). Dit is aangetoond in zowel laboratoriumonderzoek als studies bij mensen1,2,3,4.
Bij een bewezen zinktekort is suppletie goed onderbouwd: meerdere humane studies laten zien dat het de afweer daadwerkelijk kan herstellen. Dit geldt in het bijzonder voor ouderen, ernstig ondervoede mensen en bepaalde patiëntengroepen zoals hiv-patiënten1,5,6.
Voor mensen zonder tekort zijn de voordelen kleiner, maar meerdere gecontroleerde studies laten zien dat zink tot 30 mg per dag de duur en ernst van verkoudheden en andere luchtweginfecties kan verkorten. Het effect lijkt het grootst bij mensen met een licht tekort5.
Meer is nadrukkelijk niet beter. Bij zeer hoge zinkdoseringen worden sommige afweercellen juist onderdrukt, zoals natural killer cellen en T-cellen, terwijl andere overgeactiveerd raken. Dat patroon lijkt opvallend genoeg op de schade die ook bij een tekort optreedt. Zonder aangetoond tekort zijn hoge doses zink dus geen goed idee1.
Bij ernstige infecties zoals sepsis daalt het zink in het bloed doordat het naar de lever verschuift, en lage zinkspiegels hangen samen met een ernstiger ziekteverloop. Of zinksuppletie bij sepsis de uitkomst daadwerkelijk verbetert, is vooralsnog onvoldoende onderzocht om daar een uitspraak over te doen7.
De claims zijn gebaseerd op meerdere gecontroleerde studies en laboratoriumonderzoek (PMID: 12730441, 23804522, 29186856, 12142956, 16373990, 7478075, 30060473). Voor zinktekort en herstel na suppletie is het bewijs sterk; voor het effect op verkoudheid bij mensen zonder tekort is het bewijs matig. Voor sepsis is het bewijs beperkt en observationeel van aard.