Maakt het uit welke vorm omega-3 je kiest?
De vorm maakt in theorie uit voor de opname, maar of dat bij dagelijks gebruik over maanden ook echt verschil maakt in je bloedwaarden, is nog niet overtuigend aangetoond. Als je toch wil kiezen: vrije vetzuurvorm of triglyceridevorm met een vette maaltijd heeft vooralsnog een betere onderbouwing dan ethyl esters.
Lees het volledige antwoord
Ethyl esters zijn de meest verkochte vorm in supplementen, maar ook de slechtst opneembare. Ze moeten eerst worden afgebroken door enzymen uit de alvleesklier, en die enzymen komen pas goed op gang als je ook vet eet. Neem je ze met een vetarme maaltijd, dan valt de opname extra laag uit.
De vrije vetzuurvorm (soms aangeduid als omega-3 carboxylzuren) heeft in kortetermijnstudies de hoogste opname. Je hoeft ze niet per se met een vette maaltijd te nemen, en ze hoeven niet eerst te worden omgezet door spijsverteringsenzymen. Bij klinische doses van 2 tot 4 gram per dag verlaagde deze vorm de triglyceriden bij mensen met sterk verhoogde waarden met 26 tot 31 procent. Dit is echter onderzocht als medicijn, niet als los supplement.
Een nieuwere, voorverteerde vorm die monoacylglycerol heet, liet in één studie bij mensen een vergelijkbaar hoge opname zien als de vrije vetzuurvorm, en duidelijk meer dan ethyl esters. De triglyceridevorm, zoals in gewone visolie, zit daartussenin.
Krill-olie en omega-3 uit viseitjes bevatten de vetzuren in fosfolipidenvorm. Dieronderzoek toont daar een hogere opname voor, maar bij mensen zijn de resultaten te wisselend om daar stevige uitspraken over te doen.
Het grootste voorbehoud bij dit alles: die acute opnameverschillen die in kortetermijnstudies worden gezien, vertalen zich niet altijd naar meetbaar hogere bloedspiegels bij maandenlang dagelijks gebruik. Of de vormkeuze op de lange termijn echt iets uitmaakt voor je gezondheid, is dus onzeker. Daar komt bij dat het onderzoek op dit gebied forse methodologische tekortkomingen heeft: verschillende meetmethoden, uiteenlopende doses en te kleine groepen. Harde conclusies zijn daardoor moeilijk te trekken.
Claims gebaseerd op meerdere reviews en een beperkt aantal humane studies. De sterkste data over vormen zijn uit kortetermijn-absorptiestudies; klinische langetermijndata over vormverschillen zijn schaars.