Kun je autofagie in je lichaam meten?
Een betrouwbare, praktisch inzetbare test voor autofagie bestaat nog niet. Als je wil weten hoe actief je cellen zichzelf opruimen, kun je dat momenteel nergens laten meten.
Autofagie direct meten in een normaal bloedprikje bestaat nog niet. Het proces waarbij cellen hun eigen beschadigde onderdelen opruimen, speelt zich af diep in cellen en weefsels. Er is geen eenvoudige test die je vandaag bij de huisarts kunt aanvragen.
Onderzoekers onderzoeken drie mogelijke wegen om autofagie toch zichtbaar te maken. De eerste is weefselonderzoek: bij mensen met type 2 diabetes zijn in alvleesklierweefsel genen gevonden die afwijkend actief zijn en samenhangen met autofagie. Dat levert informatie op, maar vraagt om weefselmonsters, geen bloedtest. Bovendien is de vervolgvalidatie alleen in celkweek gedaan, niet bij patiënten.
De tweede weg is het meten van kleine stukjes genetisch materiaal die cellen via blaasjes in het bloed aan elkaar doorgeven. Die blaasjes zijn wel aantoonbaar in lichaamsvloeistoffen, maar de meting is indirect en de methodes zijn nog lang niet gestandaardiseerd. Klinisch gebruik is er nog niet.
Bij de zeldzame spierziekte inclusion body myositis worden autofagie-biomarkers ontwikkeld voor gebruik in wetenschappelijk onderzoek. Die zijn nog niet gevalideerd in grote groepen en dus ook niet geschikt voor routinediagnostiek. Alle drie de sporen zijn voorlopig: de wetenschap zoekt nog naar meetmethodes die betrouwbaar, haalbaar en klinisch bruikbaar zijn.
Alle drie claims zijn associationeel en beperkt van omvang: weefselstudies, verkennende labmetingen en biomarkers in ontwikkeling. Geen grote klinische validatiestudies beschikbaar.