Klopt het dat vetarme voeding beschermt tegen borstkanker?
Vetarm eten biedt geen duidelijk bewezen bescherming tegen borstkanker; het type vet lijkt veel meer te doen dan de totale hoeveelheid, dus focus liever op minder verzadigd vet en meer gezonde vetten zoals olijfolie.
Dat vetarme voeding beschermt tegen borstkanker is een populaire aanname, maar het bewijs ervoor is zwak en deels tegengesproken. Sommige reviews vinden een bescheiden beschermend effect van minder vet eten, maar de onderliggende studies zijn niet consistent en van wisselende kwaliteit. Van totaal vetgebruik op zichzelf werd in meer gedetailleerd onderzoek geen significante link met borstkankersterfte gevonden.
Wel springt één specifiek type vet eruit: vrouwen met de hoogste inname van verzadigd vet hadden 51% meer kans om aan borstkanker te overlijden dan vrouwen met de laagste inname. Dat is een relevant verschil, al gaat het om een observationeel verband, geen bewezen oorzakelijk verband. Minder verzadigd vet eten lijkt dus zinvoller dan simpelweg 'minder vet' in het algemeen.
Juist hier biedt de PREDIMED-studie, een gerandomiseerde trial, een verrassende tegenhanger. Deelnemers die een mediterraan dieet aten met extra olijfolie, dus een vetrijk dieet, kregen 68% minder vaak invasieve borstkanker dan de groep die vetarm at. Dit is een secundaire analyse op slechts 35 gevallen, en het resultaat vraagt bevestiging in groter onderzoek. Maar het laat wel zien dat vetarm eten niet per definitie de beste aanpak is: het soort vet telt mee.
Na een borstkankerdiagnose lijkt een vetarm dieet wél nuttig. Meerdere studies samen laten zien dat vrouwen die na hun diagnose vetarm aten, 23% minder kans hadden op terugval, en de totale sterfte lag mogelijk 17% lager. Die cijfers zijn hoopvol, maar ook hier gaat het om beperkt onderzoek en zijn harde conclusies nog te vroeg.
Gebaseerd op systematische reviews en meta-analyses (PMID 22948801, 12737717, 39710959, 25692500, 24606431) en de PREDIMED gerandomiseerde trial (PMID 26365989). Alle verbanden zijn observationeel of afkomstig van secundaire analyses, behalve PREDIMED. Aantallen in PREDIMED-subanalyse zijn klein (n=35 gevallen).