Meerdere studies wijzen consistent in dezelfde richting: een verstoorde darmflora ontregelt het immuunsysteem en hangt samen met chronische ontstekingsziekten. Het bewijs is matig sterk, gebaseerd op reviews en één kleine humane RCT. Praktisch heeft gefermenteerde voeding de beste onderbouwing als voedingsmaatregel; een vezelrijk dieet helpt niet iedereen even goed en is op dit punt minder bewezen.
Ongeveer 70 tot 80 procent van alle immuuncellen in het lichaam bevindt zich in de darm. De darmflora werkt nauw samen met het slijmvliesimmuunsysteem van de darm en beïnvloedt ook de immuunreacties in de rest van het lichaam. Meerdere studies met matige bewijskracht laten zien dat een gezonde, gevarieerde darmflora nodig is voor de normale rijping en regulering van het immuunsysteem, zowel in de darm zelf als lichaamswijd1.
Als de darmflora verstoord raakt, een toestand die dysbiose heet, kan het slijmvliesimmuunsysteem in de war raken. Dat vergroot het risico op chronische ontstekingsziekten. Reviewstudies koppelen dysbiose ook aan een verhoogde kans op aandoeningen zoals hart- en vaatziekten en kanker, al is voor deze specifieke ziekten de oorzaak-gevolgrelatie nog niet voor elk geval bewezen2,3. Het gaat hier dus om consistente verbanden uit meerdere studies, niet om volledig bewezen ketens voor iedere afzonderlijke aandoening.
De darmflora blijkt ook mee te bepalen hoe goed kankerpatiënten reageren op immunotherapie, meer specifiek op zogenoemde immuun-checkpoint-remmers. Dit verband is beschreven in meerdere studies, maar de precieze mechanismen worden nog uitgezocht. Het is daarmee een serieus onderzoeksgebied, zonder dat artsen momenteel al routinematig op de darmflora sturen om immunotherapie te verbeteren4,5,6.
Wie de darmflora wil ondersteunen, heeft uit dit onderzoek het meest concreet houvast aan gefermenteerde voeding. In een gerandomiseerde studie van 17 weken bij 36 gezonde volwassenen nam de diversiteit van de darmflora geleidelijk toe en daalden ontstekingsmarkers in het bloed bij mensen die structureel meer gefermenteerde voeding aten, denk aan yoghurt, kefir en gefermenteerde groenten. Dit effect was meetbaar en reproduceerbaar in deze studie7. Een vezelrijk dieet liet geen eenduidig immuuneffect zien: het verhoogde wel bepaalde enzymen in de darmflora, maar de gemeten immuunreactie veranderde niet consistent. Bovendien hing het effect sterk af van de al bestaande samenstelling van ieders darmflora. Op dit moment is een vezelrijk dieet dus niet de meest directe interventie voor immuunondersteuning via de darm, al zijn vezels om andere redenen wel gezond7.
Ten slotte lijkt het immuunsysteem ook een brug te vormen tussen de darm en de hersenen. Verstoringen in de darmflora worden in verband gebracht met ontsteking in de hersenen en mogelijk met psychiatrische en neurologische aandoeningen. Dit onderzoeksveld staat echter nog vroeg en de verbanden zijn vooralsnog associatief van aard, niet causaal bewezen8.
De claims zijn gebaseerd op reviewstudies, meerdere associatieve onderzoeken en één gerandomiseerde humane studie (n=36, PMID 34256014). De bewijskracht is matig tot beperkt: consistent in richting, maar causale ketens zijn niet voor alle uitkomsten volledig bewezen. Geen meta-analyses als directe bron gebruikt.