Hoe beïnvloedt je darmmicrobioom je hormoonbalans?
Je darmmicrobioom stuurt via enzymen, vergistingsproducten en galzuren meerdere hormonen aan, van oestrogeen tot schildklierhormonen en verzadigingshormonen. Het bewijs is overtuigend genoeg om je darmflora serieus te nemen, maar te vroeg voor specifieke behandeladviezen buiten het verbeteren van voedingsvezels en diversiteit.
Darmbacteriën produceren een enzym dat oestrogeen omzet van een inactieve naar een actieve vorm. Daalt de diversiteit van je darmflora, dan daalt ook dit enzym en daarmee je actieve oestrogeenspiegel. Onderzoekers koppelen dit aan aandoeningen als het metabool syndroom, endometriose en PCOS. Het verband is biologisch goed verklaarbaar en wordt ondersteund door meerdere studies, al is de richting van oorzaak en gevolg bij mensen nog niet volledig bewezen.
Bacteriën die vezels vergisten produceren korteketenvetzuren. Die stoffen stimuleren gespecialiseerde cellen in de darmwand om verzadigingshormonen aan te maken. Twee hormonen spelen hier een grote rol: GLP-1, dat ook de bloedsuikerspiegel regelt, en PYY, dat het hongergevoel remt. Verstoringen in dit systeem worden in verband gebracht met overgewicht en diabetes. Opvallend genoeg werkt metformine, een veelgebruikt diabetesmedicijn, deels ook via dit microbioom-hormoon-kanaal, al is de exacte bijdrage van de darmflora daarin nog niet precies afgebakend.
Ook je schildklier heeft iets te maken met je darmmicrobioom. Dysbiose verstoort de opname van voedingsstoffen die de schildklier nodig heeft, zoals jodium, selenium en zink. Dat kan de aanmaak en omzetting van schildklierhormonen bemoeilijken. Dysbiose wordt ook gelinkt aan auto-immuunziekten van de schildklier, zoals Hashimoto. Probiotica lieten in enkele studies een positief effect zien op schildklierhormonen, maar het gaat nog om kleine onderzoeken.
Via de zogeheten darm-hersenas beïnvloeden darmbacteriën ook neurotransmitters en de hormoonbalans die je stemming regelt. Dysbiose wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op depressie. De precieze oorzaak-gevolgrelatie is hier echter nog onduidelijk: het is nog niet bewezen of een verstoorde darmflora depressie veroorzaakt of dat depressie de darmflora verstoort, of allebei tegelijk. Gerichte behandelingen zijn er dan ook nog niet.
Een recente studie (gepubliceerd in Science) legde een interessante keten bloot bij artrose. Patiënten met artrose hadden minder van een bepaalde darmbacterie, waardoor minder van een galzuurstof wordt geproduceerd die normaal de GLP-1-afgifte stimuleert. Minder GLP-1 in het gewricht lijkt gewrichtsontsteking te verergeren. In muizen werkte het herstellen van deze stof beschermend. Bij mensen zijn er alleen associatiegegevens; het is te vroeg om hier klinische conclusies aan te verbinden.
Alle claims zijn gebaseerd op PMID 28778332, 32545596, 39125376, 40037297, 39713871, 40179178, 35017199, 30874963. Het meeste bewijs is associationeel of komt uit diermodellen; gerandomiseerd onderzoek bij mensen op dit brede terrein is schaars.