Helpt saunabaden tegen infecties?
Er zijn voorlopige aanwijzingen dat regelmatig saunabaden je immuunsysteem gunstig kan beïnvloeden, maar het bewijs is te dun voor harde conclusies. Heb je gewrichtsklachten of een bijzondere huidaandoening, bespreek het dan even met je arts voordat je er een routine van maakt.
Regelmatig saunabaden kan de ernst van griep en luchtweginfecties mogelijk verminderen. Dat signaal komt uit observationele studies en narratieve overzichtsartikelen, niet uit grote gerandomiseerde trials. Het gaat dus om vroege aanwijzingen, geen vastgesteld klinisch voordeel.
Een kleine studie bij 20 gezonde jonge mannen liet zien dat pas na een reeks van tien saunasessies het immuunsysteem aantoonbaar veranderde: er waren verschuivingen in witte bloedcellen en bepaalde typen lymfocyten. Eén losse saunasessie had dat effect niet. Bovendien reageerden getrainde en ongetrainde mannen verschillend, dus het is niet vanzelfsprekend dat dit voor iedereen even sterk geldt.
Zweet bevat van nature bepaalde beschermende eiwitten die bacteriën op de huid kunnen remmen. Of saunabaden die concentratie verhoogt ten opzichte van gewoon zweten, is op basis van de beschikbare studies niet te zeggen.
Dieronderzoek bij muizen en hamsters toont dat een verhoogde lichaamstemperatuur de weerstand tegen griepvirus en SARS-CoV-2 kan vergroten, via een mechanisme dat samenhangt met het darmmicrobioom. Dit is vooralsnog alleen bij dieren aangetoond; of saunabaden hetzelfde effect heeft bij mensen is onbekend.
Er zijn ook veiligheidsaspecten. Bij mensen met gewrichtsklachten is een ernstige gewrichtsinfectie met een moeilijk te behandelen bacterie beschreven na herhaalde stoomtherapie; het betrof kruidenstoomtherapie, niet een klassiek saunabad. Mensen met een zeldzame overgevoeligheid voor eigen zweetstoffen kunnen door saunabaden huiduitslag en ernstige jeuk krijgen. Voor verder iedereen lijken die risico's klein, maar het is goed om ervan op de hoogte te zijn.
Alle claims zijn gebaseerd op kleine observationele studies, één kleine interventiestudie (n=20), dierexperimenteel onderzoek en twee gevallenbeschrijvingen. Geen grote gerandomiseerde trials beschikbaar.