Het bewijs wijst in één specifieke richting: foliumzuur verlaagt het risico op een beroerte met ongeveer 16%, maar dit voordeel geldt waarschijnlijk alleen bij een tekort. Voor het bredere hart- en vaatrisico en voor hersengezondheid is het bewijs onvoldoende. Dit betekent praktisch dat gerichte suppletie bij een vastgesteld tekort zinvol kan zijn, maar dat klakkeloos slikken voor goed gevoede mensen geen aangetoond voordeel oplevert.
Foliumzuursuppletie verlaagt het risico op een beroerte met ongeveer 16%, zo blijkt uit een grote meta-analyse van gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken met bijna 884.000 deelnemers1,2. Dat is een bescheiden maar statistisch betrouwbaar effect. Dit geldt specifiek voor beroerte, niet voor hart- en vaatziekten in het algemeen.
Voor andere cardiovasculaire uitkomsten, zoals een hartaanval of overlijden door hart- en vaatziekten, laten B-vitaminesupplementen geen aantoonbaar beschermend effect zien2. Het voordeel van foliumzuur is dus smal: alleen voor beroerte is er onderbouwing, niet voor het bredere hart- en vaatrisico.
Een belangrijk voorbehoud: het voordeel van foliumzuursuppletie lijkt vooral relevant bij mensen met een tekort. Wie al voldoende foliumzuur via de voeding binnenkrijgt, heeft waarschijnlijk niets te winnen van extra supplementen2. Dit maakt blind suppleren voor de gemiddelde goed gevoed westerse volwassene minder zinvol.
Er is ook een veiligheidskanttekening. Grote hoeveelheden B-vitamines, zoals die in sommige energiedranken zitten samen met cafeïne en taurine, worden in verband gebracht met hartritmestoornissen, een verhoogde bloeddruk en in zeldzame gevallen ernstigere cardiovasculaire incidenten3. Of de B-vitamines zelf de boosdoener zijn of de combinatie met andere stoffen, is niet bewezen, maar de signalen rechtvaardigen voorzichtigheid bij dergelijke producten.
Voor hersengezondheid specifiek en voor B-vitamines rond de menopauze geldt dat ze in voedingsrichtlijnen worden genoemd als beschermende voedingsstoffen, maar de bewijsbasis voor B-vitamines afzonderlijk is op die punten niet nader onderbouwd in de beschikbare studies4. Hier zijn nog geen kwantitatieve uitspraken over effect te doen.
Gebaseerd op één grote meta-analyse van RCT's (bijna 884.000 deelnemers), aangevuld met een Cochrane-achtige systematische review en twee kleinere observationele of richtlijnstudies. De beroerteclaim heeft de sterkste onderbouwing; de overige uitspraken zijn gebaseerd op beperktere of associatieve bronnen.