Welke voeding of supplementen houden je bloedvaten gezond?
Het Mediterraan dieet verlaagt je risico op hart- en vaatziekten het meest aantoonbaar. Losse supplementen helpen daarbij niet.
Het Mediterraan dieet heeft de sterkste onderbouwing. Studies bij mensen laten zien dat het je bloedvetten, ontstekingswaarden en buikomvang verbetert. Je krijgt minder hartaanvallen en sterft minder vroeg. Die bescherming werkt deels via je darmbacteriën en minder chronische ontsteking, ook zonder spectaculair gewichtsverlies of cholesteroldaling. Het DASH-dieet richt zich vooral op bloeddruk en staat in alle grote richtlijnen1,2,3.
Plantaardig eten met veel onbewerkte groenten, fruit en volkoren producten verlaagt je risico consistent. Volledig veganistisch eten geeft daarbij geen aantoonbaar extra voordeel boven een vegetarisch of mediterraan patroon. Het draait om de kwaliteit en bewerking van je voeding, niet simpelweg om het schrappen van dierlijke producten4,5.
Ultra-bewerkte producten, veel rood vlees, zout, suiker en verzadigd vet verhogen je risico juist. Kalium uit je bord, denk aan groenten, peulvruchten en fruit, hangt samen met een lager risico. Dat geldt niet automatisch voor kaliumsupplementen6.
Losse vitaminen of mineralen, ook calcium en selenium, bieden geen bewezen bescherming voor je hart en bloedvaten. Zet dus in op je hele voedingspatroon, niet op individuele pillen7,8.
Minder verzadigd vet en meer vezels verlagen je LDL, het schadelijke bloedvet dat aderverkalking versnelt. Hoe eerder je goede waarden bereikt, hoe groter het voordeel over je hele leven. Voor ketogeen eten en intermitterend vasten zijn kortetermijnresultaten soms veelbelovend, maar er zijn te weinig langetermijndata over echte hart- en vaatziekten. Heb je al risicofactoren en lukt aanpassen niet goed? Dan kan gestructureerde gedragsmatige begeleiding helpen4.
Gebaseerd op meerdere systematische reviews en studies bij mensen (PMID 25447615, 36039924, 37113563, 40504596, 30165986, 33231670, 28860232, 33105691). Het Mediterraan dieet heeft de sterkste basis in gerandomiseerde studies bij mensen; andere patronen steunen deels op observationeel bewijs en richtlijnbeoordelingen.