Welke hormoonwaarden worden getest bij de overgang en wat betekenen de uitslagen?
Bij de overgang worden vooral FSH, LH, oestradiol, progesteron, testosteron en AMH gemeten; verhoogd FSH samen met gedaald oestradiol (onder 20 pg/ml) is het meest betrouwbare teken dat de overgang is begonnen, maar laat uitslagen altijd toelichten door je arts, want lichaamsgewicht en achtergrond beïnvloeden de normaalwaarden.
FSH (follikelstimulerend hormoon) is het meest betrouwbare merkteken van de overgang. Al rond je 40e kan FSH beginnen te stijgen terwijl je nog gewoon ongesteld bent. Na de laatste menstruatie is FSH sterk verhoogd, wat aantoont dat de eierstokken hun functie verliezen. LH (luteïniserend hormoon) stijgt ook, maar minder uitgesproken dan FSH.
Oestradiol, de belangrijkste vorm van oestrogeen, daalt na de laatste menstruatie tot lage of niet-meetbare waarden, onder de 20 pg/ml. Dit tekort is verantwoordelijk voor opvliegers, vaginale droogheid, botverlies en een ongunstig cholesterolprofiel. Progesteron daalt mee doordat de eisprong onregelmatiger wordt of wegvalt, wat bijdraagt aan onregelmatig bloedverlies. Testosteron daalt ook, maar matig; na verwijdering van de eierstokken daalt het nog verder.
Inhibine B is een vroeg signaal van afnemende eierstokfunctie. Dit hormoon, dat normaal FSH afremt, daalt al voor er menstruatiestoornissen optreden. AMH (anti-Mülleriaanhormoon) weerspiegelt hoeveel follikels er nog over zijn in de eierstokken en daalt gestaag richting de menopauze. Een niet-detecteerbaar AMH heeft een vergelijkbare diagnostische trefzekerheid als een sterk verhoogd FSH (boven 22,3 mIU/ml) voor het vaststellen van de menopauze. AMH onder 8 pmol/L wijst met hoge gevoeligheid en specificiteit op voortijdige eierstokuitval (POI) bij vrouwen met onregelmatige menstruatie.
AMH kan het exacte tijdstip van de menopauze bij een individu niet nauwkeurig voorspellen. Bij vrouwen jonger dan 40 loopt de onzekerheidsmarge op tot 2 tot 12 jaar; naarmate de menopauze dichterbij komt, wordt de voorspelling nauwkeuriger. Daarnaast spelen lichaamsgewicht en etnische achtergrond een rol: ze kunnen hormoonuitslagen beïnvloeden, waardoor standaard referentiewaarden niet voor iedereen even goed passen. Bespreek de uitslagen dus altijd in samenhang met je klachten en persoonlijke situatie.
Claims zijn gebaseerd op meerdere gepubliceerde studies (PMID: 8735351, 2667871, 15705379, 14602797, 36651193, 34594304, 40410629, 41054364). De AMH-voorspelling en de associatie met klachten berusten op observationeel en deels kleinschalig onderzoek.