Wat doet quercetine in je lichaam?
Quercetine heeft in het lab en in kleine studies bij mensen interessante eigenschappen, maar of supplementen in de praktijk echt iets doen is nog onduidelijk. Via gewone voeding, zoals uien en bessen, krijg je de best opneembare vorm binnen zonder veiligheidsrisico's.
Quercetine is een plantenstof die van nature voorkomt in uien, bessen, appels en broccoli. Wie 100 gram bessen per dag eet, kan het quercetinegehalte in het bloed met zo'n 50% verhogen. Een voedingspatroon rijk aan groenten en fruit kan die concentratie bijna verdubbelen, terwijl een arm dieet hem met 30% laat dalen.
Hoeveel quercetine na het eten of slikken daadwerkelijk in het bloed belandt, verschilt enorm van persoon tot persoon en van product tot product: studies meten een absorptie van 0 tot meer dan 50%. De vorm maakt daarbij veel uit. Quercetine uit uien, waar het aan glucosesuikers vastzit, wordt het best opgenomen. Losse supplementen worden doorgaans minder goed opgenomen. Na opname zet het lichaam quercetine snel om in afbraakproducten die via bloed en urine circuleren. Interessant genoeg lijken juist die afbraakproducten, gevormd door de lever en darmbacteriën, een groot deel van de biologische activiteit te verzorgen, soms zelfs meer dan quercetine zelf.
In buizenonderzoek (met geïsoleerde cellen) toont quercetine sterke antioxidatieve en ontstekingsremmende eigenschappen. Of dat ook geldt in het levende menselijke lichaam is onzeker, onder meer door die wisselende opname. Bevolkingsstudies suggereren dat mensen met een hogere quercetine-inname iets minder kans op hart- en vaatziekten hebben, en een dosis van 500 mg heeft in sommige kleine studies de bloeddruk en bepaalde ontstekingsmarkers verlaagd. Maar in andere experimentele studies bij mensen bleven die effecten uit, dus een oorzakelijk verband staat nog niet vast. Voor kankerwering geldt hetzelfde: in het lab remt quercetine celgroei, maar bewijs uit klinische studies bij mensen ontbreekt.
Over veiligheid: bij kortdurend gebruik tot 1000 mg per dag zijn bijwerkingen zeldzaam en mild. Gebruik langer dan twaalf weken bij hoge doses is onvoldoende onderzocht om uitspraken over te doen. Uit dieronderzoek komen twee aandachtspunten: mogelijke nierschade bij mensen met al beschadigde nieren, en mogelijk bevorderde tumorgroei bij oestrogeengevoelige kankers. Quercetine kan ook de opname van bepaalde medicijnen beïnvloeden, wat relevant is als je meerdere middelen gebruikt.
Alle claims zijn gebaseerd op reviews (geen gerandomiseerde trials of meta-analyses). De mechanistische en diergegevens zijn veelbelovend, maar robuust klinisch bewijs bij mensen ontbreekt grotendeels.