Wat doet cafeïne met je stresshormonen als je er veel van drinkt?
Veel cafeïne verhoogt je cortisol, vooral bij stress of inspanning en later op de dag; je went er gedeeltelijk aan, maar het effect verdwijnt nooit volledig.
Cafeïne verhoogt cortisol (het belangrijkste stresshormoon) duidelijk aantoonbaar, maar hoe sterk dat effect is, hangt af van hoe gewend je lichaam eraan is. Bij mensen die tijdelijk gestopt waren met cafeïne veroorzaakte één enkele dosis een forse cortisolstijging over de hele dag. Dat effect is aangetoond in een dubbelblinde, gerandomiseerde studie met 96 deelnemers.
Als je dagelijks 300 tot 600 mg cafeïne drinkt (ruwweg drie tot zes koppen koffie), past je lichaam zich gedeeltelijk aan. De cortisolpiek na je ochtendkoffie verdwijnt dan. Maar let op: gedeeltelijk. Na een tweede kop in de middag stijgt cortisol alsnog. Volledige tolerantie bouw je dus niet op.
Cafeïne en stress stapelen zich bovenop elkaar. Wanneer je cafeïne combineert met mentale druk of lichaamsbeweging, stijgt cortisol meer dan bij stress of beweging alleen. Ook activering van het sympathisch zenuwstelsel (je vecht-of-vlucht-systeem) is na cafeïne hoger tijdens een stressvolle taak dan zonder cafeïne. Mannen en vrouwen reageren iets anders: vrouwen laten na inspanning met cafeïne een grotere cortisolstijging zien dan mannen, maar bij beide geslachten verhoogt cafeïne cortisol over de dag genomen fors.
Mensen die structureel veel cafeïne gebruiken, reageren bij sociale stress in het laboratorium met een grotere cortisolpiek dan mensen die het nauwelijks drinken. Dat is opvallend, want het gaat om het gewoontepatroon over langere tijd, niet om of je die dag wel of geen koffie had. Uit een overzicht van 38 studies blijkt bovendien dat cafeïne de stressrespons eerder versterkt dan dempt, vergelijkbaar met nicotine maar tegenovergesteld aan kalmeringsmiddelen.
Tot slot een aantekening over zwangerschap: er zijn aanwijzingen dat cafeïne de beschermende barrière in de placenta kan verzwakken, waardoor de foetus aan te veel stresshormoon van de moeder wordt blootgesteld. Dit wordt in verband gebracht met hart- en vaatproblemen bij het kind. Het bewijs hierachter is echter indirect en nog niet rechtstreeks in mensen onderzocht, dus harde conclusies zijn niet te trekken.
Alle claims zijn gebaseerd op gerandomiseerde crossover-studies, kleinere gecontroleerde studies, en twee overzichtsstudies (38 en meerdere studies). De kernbevindingen over cortisol en tolerantie komen uit één robuste RCT (n=96). De bevinding over gewoontegebruik en cortisolreactiviteit is associatief maar gerepliceerd in twee aparte steekproeven.