Waarom vermenigvuldigen beschadigde cellen zich soms toch in plaats van zichzelf op te ruimen?
Beschadigde kankercellen ontsnappen aan zelfvernietiging via meerdere strategieën tegelijk: snelle DNA-reparatie, het blokkeren van apoptose-signalen, het ombuigen van het eigen opruimsysteem en het onzichtbaar maken voor het immuunsysteem. Dit is precies waarom tumoren soms therapieresistent worden.
Elke cel heeft ingebouwde zelfdestruct-mechanismen, maar beschadigde cellen kunnen die op meerdere manieren omzeilen. Een eerste manier is via snelle DNA-reparatie: kankercellen met een hoge activiteit van het eiwit KIN17 (een DNA-hersteleiwit) lappen beschadigde stukken erfelijk materiaal zo snel op, dat het alarm voor zelfvernietiging nooit afgaat. Zodra KIN17 in experimenten werd uitgeschakeld, hoopte DNA-schade zich op en stopte de celdeling.
Een tweede manier is het blokkeren van het zelfvernietigingssignaal zelf. Normaal zet bestraling of chemotherapie beschadigde cellen aan tot apoptose, een geordend zelfvernietigingsproces. Kankercellen kunnen de signalen die dit proces starten actief blokkeren. Die blokkade is meteen een van de belangrijkste redenen waarom tumoren na verloop van tijd minder goed reageren op behandeling.
Daarnaast kunnen kankercellen een ander opruimsysteem, autofagie (waarbij de cel haar eigen beschadigde onderdelen verteert), naar hun hand zetten. In vroege kankerstadia beschermt dat proces het lichaam nog. Later in de ziekte gebruiken tumorcellen datzelfde systeem om juist te overleven onder stress, in plaats van zichzelf op te ruimen.
Ook buiten de cel loopt er van alles mis. Nadat een cel via apoptose afsterft, moeten afweercellen de resten opruimen via een proces dat efferocytose heet. Als dat opruimen hapert, stapelen celresten zich op en ontstaat ontsteking. Kankercellen kunnen dit opruimproces actief ontwijken, zodat de resten blijven liggen. Tot slot maken agressieve tumorcellen zichzelf voor het immuunsysteem moeilijk herkenbaar, waardoor de bewaking die normaal abnormale cellen opspoort hen laat passeren. Kankercellen kunnen ook flexibel wisselen tussen energiebronnen, wat helpt om chemotherapie te overleven.
Al deze mechanismen versterken elkaar. Er is geen één ontsnappingsroute: een beschadigde kankercel gebruikt vaak meerdere tegelijk.
Claims zijn afkomstig uit meerdere humane en celbiologische studies; één meta-analyse of grote RCT ontbreekt. De mechanismen zijn goed onderbouwd op cel- en diermodel-niveau, maar de exacte bijdrage van elk afzonderlijk mechanisme aan klinische uitkomsten varieert.