Maakt het uit op welk tijdstip je eet voor hoe snel je veroudert?
Het tijdstip waarop je eet lijkt er wel degelijk toe te doen, al is het bewijs bij mensen nog associatief. Een nachtpauze van 10 tot 12 uur en je maaltijden overdag concentreren zijn de meest concrete handvatten die de huidige onderzoeken bieden.
Een nachtelijke pauze van 10 tot 12 uur lijkt een zoet spot te zijn voor biologische veroudering. In een grote Amerikaanse bevolkingsstudie met ruim 24.000 deelnemers scoorden mensen met een nachtelijk vasten korter dan 10 uur of langer dan 14 uur juist slechter op biologische leeftijdmarkers dan de middengroep. Oorzaak en gevolg zijn hiermee niet bewezen, maar het is een opvallend patroon.
Eten dat niet aansluit bij je biologische klok lijkt sowieso nadelig. Langdurige circadiane verstoring, zoals bij ploegendienst of wisselende slaaptijden, hangt sterk samen met meer hart- en vaatziekten. Gecontroleerde laboratoriumstudies laten zien dat je interne klok los van slaap zaken als bloeddruk, bloedstolling en stofwisseling aanstuurt. Laat eten, of eten op tijden die niet bij je dag-nachtritme passen, gaat dus verder dan alleen een calorievraagstuk.
Vroeg eten, alleen tussen 8:00 en 14:00 uur, verlaagde in een kleine studie van 11 mensen de gemiddelde bloedsuiker en bloedsuikerschommelingen merkbaar. Dezelfde groep liet ook meer activiteit zien van genen die betrokken zijn bij celonderhoud en stress-weerstand. Dat klinkt veelbelovend, maar de studie duurde slechts vier dagen. Stevigere aanwijzingen voor herhaalbaarheid bij grotere groepen ontbreken nog.
Over maaltijdfrequentie geeft het onderzoek geen eenduidig antwoord. Zes of meer maaltijden per dag bleek in één prospectief onderzoek juist riskanter dan één of twee. De grote NHANES-studie vond daarentegen dat mensen die vaker aten gunstiger scoorden op biologische verouderingsmarkers. Deze tegenstrijdigheid is nog niet opgelost, en de resultaten zijn allebei associatief. Je kunt hieruit dus geen harde richtlijn halen.
Dieronderzoek, waaronder studies bij knaagdieren en primaten, wijst vrij consistent op een gezondheidsvoordeel van maaltijdtiming en periodiek vasten, ook zonder minder te eten. De vertaling naar mensen is echter nauwelijks uitgewerkt in grote, lange trials. De meeste menselijke studies zijn klein of epidemiologisch van aard, en meten biologische veroudering indirect via bloedmarkers.
Gebaseerd op meerdere grote associatiestudies (waaronder NHANES, n>24.000), reviews, dieronderzoek en één kleine humane interventiestudie (n=11). Causale verbanden bij mensen zijn nog niet bewezen via grote gerandomiseerde trials.