Suiker uit dranken (frisdrank, vruchtensap, energiedrankjes) hangt consistent samen met een hoger risico op diabetes type 2, maar suiker via vast voedsel niet. Het bewijs voor dranken komt uit grote bevolkingsonderzoeken en is statistisch robuust, al is het geen directe causaliteitstest. Overgewicht en weinig bewegen zijn de sterkst bewezen risicofactoren, met als praktisch handvat: minder suikerhoudende dranken, meer bewegen en indien nodig gewicht verliezen zijn de meest effectieve stappen.
Suikerhoudende dranken zijn de meest onderbouwde suikerbron als het gaat om diabetes type 2. Uit een meta-analyse van acht grote bevolkingsonderzoeken met ruim 310.000 deelnemers bleek dat wie dagelijks één à twee glazen frisdrank, energiedrankjes of vruchtendranken drinkt, een 25 tot 26 procent hoger risico heeft op diabetes type 2 vergeleken met mensen die dat zelden of nooit doen. Ook vruchtensap scoort ongunstig: elke extra portie per dag hangt samen met vijf procent meer risico. Dit verband is gevonden in meerdere onafhankelijke studies en is statistisch robuust, al gaat het om bevolkingsonderzoek en geen directe causaliteitstest.
Suiker uit vast voedsel gedraagt zich anders dan suiker uit dranken. Een grootschalige analyse laat zien dat meer suiker eten via gewone voeding, dus niet via dranken, niet samenhangt met meer diabetes. Voor toegevoegd suiker en fructose via voeding werd helemaal geen verband gevonden. Bij 20 gram extra suiker per dag via voeding was het risico zelfs licht lager. De bewijskwaliteit voor dit onderdeel is laag tot matig, maar de boodschap is consistent: de verpakking van suiker telt mee. Vloeibare suiker lijkt schadelijker dan suiker in vast voedsel, vermoedelijk omdat dranken de verzadiging minder goed reguleren en de suiker sneller in het bloed komt.
Vroege blootstelling aan suiker speelt mogelijk ook een rol op de lange termijn. Een historisch onderzoek naar de Britse suikerrantsoenering na de Tweede Wereldoorlog laat zien dat mensen die in de baarmoeder en als baby weinig suiker binnenkregen, op latere leeftijd ongeveer 35 procent minder kans hadden op diabetes type 2, en dat de ziekte gemiddeld vier jaar later begon. Een derde van dat beschermende effect kwam al door de rantsoenering tijdens de zwangerschap. Het gaat om een zogenoemd 'natuurlijk experiment', geen klassieke gerandomiseerde studie, maar de uitkomst wijst op een mogelijk oorzakelijk verband in de vroege levensfase.
Overgewicht en weinig bewegen zijn de sterkst bewezen, omkeerbaren risicofactoren voor diabetes type 2. In een gerandomiseerde studie met 3.234 deelnemers met verhoogd risico verlaagde een leefstijlprogramma gericht op zeven procent gewichtsverlies en 150 minuten beweging per week het risico met 58 procent. Dat is sterker dan het effect van medicatie (metformine, dat het risico met 31 procent verlaagde in dezelfde studie). Suikerconsumptie draagt bij aan overgewicht, maar de kilo's zelf en het gebrek aan beweging zijn de grootste hefbomen.
Naast suikerhoudende dranken zijn bewerkte vleeswaren en rood vlees de voedselgroepen met het sterkste bewijs voor een verhoogd risico op diabetes type 2. Wie veel van deze producten combineert, kan het risico volgens één grote meta-analyse zelfs verdrievoudigen vergeleken met mensen die ze nauwelijks eten. Voor mensen die hun risico willen verlagen is het dus zinvol om tegelijk te kijken naar dranken, vleeswaren én lichaamsgewicht.
Voor mensen die al diabetes type 2 of prediabetes hebben: een ketogeen dieet (extreem koolhydraatarm) verbetert de bloedsuikerwaarden na twaalf weken even goed als een Mediterraan dieet, maar heeft als nadeel dat het LDL-cholesterol stijgt (een ongunstige cardiovasculaire factor) en moeilijker vol te houden is. Het Mediterraan dieet scoort vergelijkbaar op bloedsuiker zonder die bijwerking, wat het in de praktijk een betere keuze maakt voor duurzame aanpak.
Bevindingen zijn gebaseerd op twee grote meta-analyses (waarvan één met meer dan 310.000 deelnemers), één grote gerandomiseerde studie (Diabetes Prevention Program, n=3.234), één quasi-experimenteel historisch onderzoek (Britse rantsoenering), één kleine RCT (ketogeen vs. Mediterraan dieet, n niet gespecificeerd, 12 weken), en een narratief overzichtsartikel. Het meeste bewijs voor suiker en diabetes is associationeel (bevolkingsonderzoek), niet causaal vastgesteld via RCT's.