Wat is het verband tussen vette lever en diabetes type 2?
Vette lever en diabetes type 2 versterken elkaar wederzijds, met buikvet en insulineresistentie als gedeelde kern. Wie beide wil aanpakken, doet er het meest aan om de tailleomvang te verkleinen via voeding en beweging.
Vette lever en diabetes type 2 versterken elkaar over en weer. Mensen met een vette lever hebben ongeveer twee keer zoveel kans om later diabetes te ontwikkelen, los van overgewicht of andere bekende risicofactoren. En omgekeerd: de meerderheid van mensen met diabetes type 2 ontwikkelt vroeg of laat een vette lever. Het gaat dus om een wisselwerking, geen eenrichtingsweg.
De gemeenschappelijke noemer is insulineresistentie: het lichaam reageert minder goed op het hormoon insuline. Dit verstoort tegelijk de vetstofwisseling in de lever en de bloedsuikerregulatie. Bovendien veroorzaakt vet dat zich ophoopt in de lever ontstekingen, wat beide processen verder in de war stuurt. Hoe verder de vette lever gevorderd is naar littekenvorming, hoe groter ook het risico op diabetes.
Buikvet blijkt daarbij de belangrijkste gedeelde aanjager te zijn. Uit een grote Europese studie bleek dat de tailleomvang een sterkere voorspeller is voor zowel vette lever als diabetes dan het algemene gewicht (de BMI) of erfelijke aanleg. Het effect van buikvet op het diabetesrisico was daarin bijna twee keer zo groot als op de vette lever. Dit heeft een praktische kant: wie z'n buikomvang verkleint, pakt daarmee beide problemen tegelijk aan.
Goed nieuws is dat de relatie in beide richtingen werkt. Als een vette lever verbetert of verdwijnt, daalt ook het risico op diabetes. Dit suggereert dat behandeling van de vette lever beschermend kan werken. Helaas zijn er nog geen goedgekeurde geneesmiddelen die specifiek op de vette lever zijn gericht. Behandeling richt zich nu op de gedeelde risicofactoren: insulineresistentie verminderen, bewegen en gezonder eten.
Tot slot een zorgwekkende trend: mensen met ver gevorderde vette lever overlijden het vaakst niet aan leverziekte, maar aan hart- en vaatziekten en diabetescomplicaties. In Europa neemt de gecombineerde ziektelast toe, ook bij jongere mensen. Dat benadrukt dat het niet genoeg is om alleen de lever of alleen de bloedsuiker te behandelen: de aanpak moet allebei omvatten.
Gebaseerd op meerdere observationele studies, meta-analyses en een Europese Mendeliaanse randomisatiestudie (een methode die causale verbanden sterker kan onderbouwen dan gewone observatiestudies). De bidirectionele relatie en de rol van insulineresistentie zijn goed onderbouwd. De mechanismen op celniveau zijn duidelijker bij dier- en labonderzoek; de behandelbare oorzaken (buikvet) zijn bij mensen aangetoond.